Maar midden jaren tachtig en in het begin van de jaren negentig groeiden de verschillen tot 30 percentagepunten (verschil in de kans op het vinden van werk). De professoren constateren ook dat minderheden disproportioneel hinder ondervinden van stijgende werkloosheid tijdens een recessie.
“In 2005 was de werkloosheid onder minderheden groter dan in 1972. De Caraïbische, Afrikaanse, Pakistaanse en Bengalese mannen zijn achterop geraakt in vergelijking met de blanke Britse mannen”, aldus professor Li. “Het is belangrijk om te beseffen dat de sociaaleconomische positie van de minderheidsgroepen niet alleen hun welzijn beïnvloedt, maar ook de status van ons land als belangrijke speler in de geglobaliseerde wereld. De sociaaleconomische levensvoorwaarden van deze groepen verbeteren door werkgelegenheid en sociale mobiliteit is dus niet alleen een kwestie van sociale rechtvaardigheid en sociale cohesie, maar hangt dus nauw samen met de toekomstige welvaart van de hele samenleving.”
Het onderzoek toont ook aan dat heel wat allochtonen in de jaren negentig ervoor kozen om zelfstandige te worden, net omwille van hun mindere kans op het vinden van werk.
Bron: HR Look