Redactie
Ruim een op de tien werknemers werkte het afgelopen jaar vaker op kantoor. Vooral jongeren zien er de voordelen van in. Bij de groep jonger dan 35 jaar, loopt dit aantal op tot een op de acht.
Onderzoek van Tempo-Team in samenwerking met professor Anja Van den Broeck (KU Leuven) toont aan dat hybride werken de voorkeur krijgt bij werknemers. Van thuis uit mogen werken, is 8 procent van het loon waard. Bovendien zorgt het ervoor dat talent minder snel de deur uitgaat, vooral bij vrouwen en bij medewerkers zonder leidinggevende functies. “Wanneer er een goede regeling is om elkaar op kantoor te zien, blijft teamwerk in stand en blijft de productiviteit gelijk, zonder dat werknemers fulltime terug naar kantoor moeten komen,” zegt arbeidsprofessor Anja Van den Broeck.
In de meeste gevallen (63 procent) liggen de thuiswerkdagen vast. Voor 41 procent komt dit omdat er vaste dagen zijn waarop ze op kantoor verwacht worden, terwijl 22 procent zijn vaste thuiswerkdagen zelf kan kiezen. Ruim één op drie werknemers die wel eens van thuis uit werken (37 procent), heeft daar geen vaste dagen voor.
Face-to-face werken
Het afgelopen jaar werd er iets meer terug op kantoor gewerkt, zo blijkt uit het onderzoek. Het gaat om 11 procent. Van deze groep kiest ruim een derde (37 procent) daar zelf voor, maar de meerderheid (63 procent) doet dit omdat het verwacht wordt vanuit de organisatie. Ondanks dat werknemers vaker naar kantoor komen, geeft een kwart van wie thuiswerkt aan dat ze amper collega’s zien als ze naar kantoor komen.
Opmerkelijk is dat jongeren sneller terug naar kantoor keren. Zo geeft 16 procent van de -35-jarigen dit aan tegenover 9 procent van de 35- tot 54-jarigen en 6 procent van de 55-plussers. Opvallend, jongeren kiezen er vaker dan oudere werknemers zelf voor om vaker op kantoor te werken (6 procent bij -35-jarigen, 3 procent bij 35- tot 54-jarigen en 3 procent van de 55-plussers).
“Ook internationaal zien we dezelfde tendens: jongere medewerkers verkiezen vaker om face-to-face te werken. Dat komt wellicht doordat zij het meeste nood hebben aan samenwerking en begeleiding. Ze leren veel van collega’s, en mentoring speelt daarbij een belangrijke rol. Bovendien verloopt het leren kennen van de organisatie, de manier van werken én het opbouwen van sociale banden het vlotst wanneer je elkaar live kan zien en spreken”, zegt professor Van den Broeck.
LEES MEER OP HRSQUARE.BE
- Terug van weggeweest: de proefperiode
- Annelies Daenen wordt nieuwe Directeur HR & Communicatie bij Imelda vzw
- Prof. Wouter Vleugels: “Culturele fit is niet het probleem, wel hoe je ermee omgaat”
- Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen onder de loep: rechtbank kijkt naar de cijfers
- AI maakt sollicitatiebrieven beter, maar matching moeilijker