Anders gezegd: slechts een kwart van de werkende jongeren kijkt uit ontevredenheid uit naar een jongere job.
Vier op de tien jongeren zien een job bij de overheid zitten. De overheid is dan ook de populairste werkgever bij de jongeren. Op enige afstand volgen ‘media en entertainment’ (32 procent), het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (29 procent) en de toeristische sector (28 procent).
Het minst populair zijn de grondstofverwerkende nijverheid (2 procent), de metaalverwerkende nijverheid (3 procent) en de telecommunicatie (4 procent).
De realiteit strookt echter niet altijd met de eigen ambities. Zo werken 8 procent minder jongeren dan er zouden willen werken. In de metaalverwerkende nijverheid werken dan weer drie procent meer jongeren dan er graag zouden werken.
De populairste functies zijn administratieve functies (31 procent), directie (30 procent), onderwijs (28 procent) en communicatie (27 procent). Productie en horeca liggen minder goed in de markt (respectievelijk 5 en 6 procent).
De beroepsmogelijkheden zijn niet de belangrijkste afweging die jongeren maken wanneer ze hun studiekeuze bepalen. Driekwart vindt vooral een doorgedreven interesse voor het vakgebied van groot belang. Slechts een kwart noemt het beroep dat aan de studiekeuze gekoppeld is ‘heel belangrijk’ bij het maken van een studiekeuze.
Werksfeer
Bijna drie op de vier jongeren vinden het imago van het eigen bedrijf ‘vrij tot zeer belangrijk’. Opvallend: deze jongeren vinden vooral eerlijkheid (65 procent), innovatie (28 procent) en dynamiek (34 procent) van groot belang. Milieubewustzijn komt pas op de vierde plaats.
Hoewel de helft van de jongeren het ‘veeleer belangrijk’ vindt dat het eigen bedrijf milieubewust optreedt, beschouwt slechts 18 procent het als ‘heel belangrijk’.
De werksfeer, de jobinhoud en werkzekerheid wegen het meest door bij het beoordelen of de jongere tevreden is met zijn baan. Het loon speelt een relatief kleine rol bij de beoordeling van de tevredenheid.
Bron: Jobat