Kan niet-concurrentiebeding de toegelaten duur overschrijden?

Het principe van vrijheid van handel en nijverheid wordt geacht van openbare orde te zijn. Een beding dat een onredelijke beperking van de concurrentievrijheid oplegt, is bijgevolg nietig. Een onderneming die de toepassing vroeg van een niet-concurrentiebeding met een geldigheidsduur van 17 jaar, werd afgewezen in eerste aanleg en in graad van beroep, maar bracht de zaak vervolgens voor het Hof van Cassatie, dat een opmerkelijk arrest velde.

Beperkt in tijd, voorwerp en territorium

Twee ondernemingen hadden een overeenkomst gesloten voor de overdracht van bepaalde activiteiten (productie en verkoop van zonweringsdoeken). In de overnameovereenkomst behield de overdrager zich echter het recht voor om verder een bepaald type van zonweringsdoeken (met een specifiek ritssysteem) exclusief te kunnen blijven produceren en verkopen, wat gekoppeld werd aan een concurrentieverbod in hoofde van de overnemer en dit voor een geldigheidsduur van 17 jaar.

Toen de overnemer na verloop van tijd toch de uitgesloten zonweringsdoeken ging produceren, stapte de overdrager naar de rechtbank. De rechter in eerste aanleg verklaarde de vordering ongegrond om de nietigheid van het niet-concurrentiebeding. De overdrager tekende hoger beroep aan tegen het vonnis.

Het hof van beroep van Gent stelde vast dat de overnemer inderdaad de uitgesloten zonweringsdoeken had geproduceerd, maar dat het niet-concurrentiebeding dat deze activiteit verbood, ongeldig was. Een niet-concurrentiebeding is immers pas geldig indien het op voldoende wijze beperkt is in tijd, voorwerp en territorium. Het niet-concurrentiebeding in kwestie was volgens het hof van beroep niet voldoende beperkt (gezien de geldigheidsduur van 17 jaar) en bijgevolg strijdig met het principe van vrijheid van handel en nijverheid.

De overdrager vroeg (in subsidiaire orde) aan het hof van beroep de nietigheid te willen beperken tot de overschrijding van de toegelaten duur van het niet-concurrentiebeding. De overdrager steunde zich hierbij op een artikel in de overnameovereenkomst dat stelde dat de bepalingen van de overeenkomst die door nietigheid aangetast of ongeldig zouden zijn, toch bindend zouden blijven voor het gedeelte ervan dat wettelijk toegelaten is. Het hof van beroep weigerde echter in te gaan op dit verzoek, overwegende dat  er geen wet, noch algemeen rechtsbeginsel, noch algemeen aanvaarde regel bestaat die de rechter machtigt om een absoluut nietige clausule aan te passen naar de periode die wel toegelaten is.

Het wettelijke deel…

De overdrager bracht de zaak vervolgens voor het Hof van Cassatie. Met succes! In een zeer summier arrest van 23 januari 2015 oordeelde het Hof van Cassatie dat de rechter het beding moet matigen tot wat wettelijk toegelaten is: de rechter kan, indien een gedeeltelijke nietigheid mogelijk is, de nietigheid beperken tot het deel van het beding dat in strijd is met de bepaling van openbare orde. Voorwaarde is wel dat het voortbestaan van het (gedeeltelijk vernietigd) beding beantwoordt aan de bedoeling van de partijen.

Welnu, uit de bepalingen van de overnameovereenkomst kan volgens het Hof van Cassatie afgeleid worden dat de partijen in dit geval effectief de bedoeling hebben gehad om de bepalingen van hun overeenkomst die (geheel of gedeeltelijk) nietig zouden zijn, toch te laten bestaan (en dus gelden), zij het voor wat wettelijk is toegelaten.

Het Hof van Cassatie oordeelde dan ook dat het hof van beroep van Gent in dit geval zijn beslissing niet naar recht had verantwoord door geen gevolg te geven aan het verzoek van de overdrager om de nietigheid te beperken tot de overschrijding van de toegelaten duur van het niet-concurrentiebeding.

Conclusie: het kan zeer nuttig zijn om in een zelfstandige samenwerkingsovereenkomst (met een niet-concurrentiebeding) een clausule op te nemen, waarin wordt gesteld dat, indien een bepaling van de overeenkomst (geheel of gedeeltelijk) nietig zou zijn, zij toch blijft bestaan voor het deel dat wettelijk toegelaten is.

Hof van Cassatie, 23 januari 2015, C.13.0579.N/1

 

Manager HR BP

Meat & More

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!