Na twaalf maanden is het verschil nog toegenomen: een meerderheid (55,1%) van de allochtonen slaagt er niet in gedurende een jaar na de inschrijving een eerste job te vinden. Bij de autochtonen ligt dit aandeel wel veel lager (38,4%).
Het verschil in snelheid waarmee werkzoekenden een eerste job vinden, wordt goed samengevat in de mediaan duurtijd die aangeeft hoeveel maanden het duurt vooraleer de (eerste) helft van de cohorte een eerste keer uitgestroomd is. Bij de autochtone werkzoekenden duurt dit gemiddeld 6,2 maanden, bij de allochtonen loopt dit op tot meer dan een jaar.
De laatste jaren is er echter een duidelijke verbetering vastgesteld waarbij de allochtonen tussen 2005 en 2007 sterker blijken geprofiteerd te hebben van de conjuncturele ommekeer met een snellere uitstroom als gevolg. Het aandeel allochtonen zonder job een jaar na de inschrijving blijft zeer hoog (46%), maar is sterker gedaald dan bij de autochtonen (33%), waardoor het verschil verminderd is tot 13 procentpunten. De mediaan duurtijd is gedaald van meer dan 12 maanden in 2003 en 2005 naar 9 maanden in 2007.
Deze ommekeer hangt samen met de sterke conjunctuur en de arbeidskrapte, maar ook met het globale diversiteitsbeleid en specifieke maatregelen in de arbeidsbemiddeling.
Meer weten? De volledige VDAB Onderzoekt staat op de website van de VDAB.