Met andere woorden, hoe meer vraag er vanwege werkgevers bestaat om een bepaalde vacature in te vullen, hoe lager de opzegtermijn zou kunnen zijn.
Voorbeelden
Volgens Claeys & Engels duiken er steeds meer indicaties op dat de arbeidsrechtbanken “bij de begroting van de opzeggingstermijn rekening houden met de concrete tewerkstellingskansen van de betrokkenen, met name als het gaat om knelpuntberoepen.”
Zo was het arbeidshof te Antwerpen in een arrest op 5 januari 2009 van oordeel dat het feit dat de functie van de werknemer (verpleegkundige) voorkwam op de lijst met ‘knelpuntberoepen’ van de VDAB de begroting van de opzegtermijn negatief beïnvloedde.
In een recenter arrest van 13 oktober 2009 bevestigde ook het arbeidshof te Brussel deze tendens door rekening te houden met de concrete vraag op de arbeidsmarkt voor slagers, waardoor een lagere opzegtermijn werd toegekend.
Omgekeerd kan deze trend ook gevolgen hebben indien de (knelpunt)bediende zelf ontslag neemt. Als de betrokkene een functie uitoefent die moeilijk door een nieuwe kandidaat in te vullen is, kan de vereiste (te presteren) opzegtermijn langer uitvallen dan tot nog toe gedacht.
Welke beroepen worden in Vlaanderen beschouwd als ‘knelpuntberoep’?
Bron: Claeys & Engels, De Standaard