Vier op de tien van wie uitvalt door een burn-out krijgt antidepressiva voorgeschreven. Zodra iemand arbeidsongeschikt wordt, gaat het gebruik van zware pijnstillers, antidepressiva en antipsychotica steil de hoogte in. Bij langere ziekteperiodes (zes à twaalf maanden) gaat het zelfs om een op de twee (47 procent). Dat stellen de Socialistische Mutualiteiten vast in een onderzoek naar het verloop en de behandeling van burn-out bij hun leden.
“Terwijl medicatie niet de juiste behandeling is bij burn-out”, zegt directeur medisch beleid Bart Demyttenaere. “Hoewel de diagnose en het onderscheid met een depressie niet altijd makkelijk te maken zijn, vraagt burn-out om een andere behandeling. Als er medicatie wordt voorgeschreven, moet dat hand-in-hand gaan met psychologische behandeling.”
Wie in burn-out gaat, loopt vaak al een tijd rond met klachten of symptomen. Uit de studie blijkt dat patiënten nog vóór ze arbeidsongeschikt worden vaker naar de dokter gaan, meer onderzoeken ondergaan of meer medicatie nemen. Met andere woorden: veel mensen blijven ondanks de symptomen aan de slag tot ze ‘crashen’. Artsen herkennen blijkbaar niet steeds de symptomen die een aankomende burn-out voorspellen.
Vroeger opsporen is één, vroeger reageren twee. Steken de eerste klachten de kop op? Dan zou de arts het gesprek moeten aangaan met de patiënt en (mits toestemming) zijn of haar arbeidsarts. Om het werk tijdelijk aan te passen, als dat kan, en zo te voorkomen dat iemand volledig uitvalt.
Bron: Socialistische Mutualiteiten