Laattijdige betaling aanvullend pensioen: intresten niet automatisch verschuldigd

In deze zaak ging het over een passieve aangeslotene (ex-werknemer) die een aanvullend pensioenkapitaal had opgebouwd bij een groepsverzekeraar. De uiterlijke vervaldag vermeld in het groepsverzekeringsreglement was de eerste dag van de maand volgend op de 65ste verjaardag (voor de betrokken aangeslotene 1 februari 2012). Naar aanleiding van de einddatum stuurde de verzekeraar ongeveer een maand voordien, bij gewone brief, een kwijtingsformulier naar de aangeslotene en na het uitblijven van een antwoord een maand nadien een herinnering. De aangeslotene heeft deze documenten naar eigen zeggen nooit ontvangen. In 2018 stuurde de verzekeraar naar aanleiding van de ‘actie slapende reserves’ van de FSMA nogmaals een kwijtingsformulier. De aangeslotene vorderde daarna de betaling van intresten wegens laattijdige betaling van het aanvullend pensioenkapitaal. Volgens de gepensioneerde had de verzekeraar hem in 2012 per aangetekende brief moeten contacteren en lijdt hij schade (gederfde intresten) door de betaling na de einddatum.

De arbeidsrechtbank maakte een onderscheid tussen twee types van intresten die van toepassing kunnen zijn in het geval van laattijdige betaling van een aanvullend pensioenkapitaal: de moratoire en de vergoedende intresten. Beide types hebben als doel de schade te vergoeden die een schuldeiser lijdt door de laattijdige betaling van een verschuldigde geldsom. Moratoire intresten zijn van toepassing op een verbintenis tot betaling van een geldsom en zijn verschuldigd van zodra een bepaalde geldsom te laat wordt betaald. Het is hierbij niet nodig enige schade of fout te bewijzen, maar de schade mag niet volledig te wijten zijn aan de schuldeiser zelf. Moratoire intresten lopen pas vanaf een aanmaning of ingebrekestelling die voldoende concreet en duidelijk moet zijn.

Vergoedende intresten zijn van toepassing op alle andere soorten verbintenissen dan de verbintenis tot betaling van een geldsom, bijvoorbeeld wanneer er een fout is gemaakt en de schade hiervoor moet vergoed worden. De vergoedende intresten dienen om de bijkomende schade door de laattijdige betaling te vergoeden. Omdat de vergoedende intrest gezien kan worden als een soort van schadevergoeding, moet de aangeslotene fout, schade, en oorzakelijk verband bewijzen. Er is geen ingebrekestelling vereist indien vergoedende intresten worden gevorderd op de vergoeding van schade uit een onrechtmatige daad (buitencontractueel). Er is daarentegen wel een ingebrekestelling vereist indien het gaat om een contractuele wanprestatie (contractueel).

De arbeidsrechtbank van Antwerpen paste deze principes toe op de concrete situatie van de aangeslotene. Er is volgens de arbeidsrechtbank in eerste instantie geen sprake van moratoire intresten omwille van twee redenen.

  • Het aanvullend pensioenkapitaal binnen de tweede pijler is een zogenaamde ‘haalschuld’. Dit betekent dat, om er aanspraak op te kunnen maken, de aangeslotene dit pensioenkapitaal actief moet opvragen. Behalve indien het pensioenreglement dit contractueel anders zou bepalen, is er voor de verzekeraar geen verplichting om de aangeslotene hierover te informeren. De aangeslotene had dus zelf actie moeten ondernemen.
  • De aangeslotene heeft de verzekeraar nooit formeel in gebreke gesteld. De communicatie die heeft plaatsgevonden, is volgens de arbeidsrechtbank onvoldoende om te kunnen spreken over een ingebrekestelling of een voldoende duidelijke aanmaning.

De aangeslotene argumenteerde ook dat de verzekeraar zijn informatieverplichtingen niet heeft nageleefd. Er was in deze zaak volgens de arbeidsrechtbank enkel sprake van de wettelijke informatieverplichting overeenkomstig de Wet betreffende de Aanvullende Pensioenen (WAP) (met name het inlichten van de aangeslotene over het aanvullend pensioen bij pensionering) en geen contractuele informatieverplichting op basis van het pensioenreglement. De arbeidsrechtbank bevestigde dat doordat de verzekeraar de documenten heeft overgemaakt per gewone brief het onmogelijk is voor de verzekeraar om te bewijzen dat hij heeft voldaan aan zijn wettelijke informatieverplichting, maar oordeelde dat er geen sprake kan zijn van een oorzakelijk verband tussen de eventuele niet-ontvangst van de brief n.a.v. pensionering van de verzekeraar en de laattijdige uitbetaling van het aanvullend pensioen. De aangeslotene had namelijk een paar maanden voor de einddatum van het verzekeringscontract zijn pensioenfiche, met vermelding van de einddatum, ontvangen. Bovendien had hij in andere polissen bij dezelfde verzekeraar wel de nodige documenten aan de verzekeraar bezorgd, waarop de verzekeraar was overgegaan tot uitbetaling. De aangeslotene was dus goed op de hoogte van zijn rechten in de verschillende groepsverzekeringen en van de wijze waarop hij zijn pensioenbedragen kon opvragen. Bijgevolg waren er geen vergoedende intresten verschuldigd.

Belangrijk om op te merken is dat het vonnis gaat over een situatie voor de inwerkingtreding van de wet van 18 december 2015. Artikel 27 van de WAP bepaalt nu dat het aanvullend pensioen moet worden vereffend bij de (vervroegde) wettelijke pensionering en moet worden uitbetaald ten laatste binnen de dertig dagen die volgen op de communicatie van de voor de uitbetaling noodzakelijke gegevens aan de pensioeninstelling door de aangeslotenen. De vraag rijst of er vandaag de dag nog steeds sprake kan zijn van een ‘haalschuld’. In ieder geval zal de pensioeninstelling pas kunnen uitbetalen indien ze over de nodige gegevens beschikt.

Op basis van dit vonnis kan er geconcludeerd worden dat een laattijdige uitbetaling van het aanvullend pensioenkapitaal niet automatisch betekent dat de pensioeninstelling hierop intresten verschuldigd is.

Arbrb. Antwerpen, afd. Tongeren 21 december 2020, A.R. 19/471/A

Dorien Verstraeten
Medewerker
Claeys & Engels

Senior Accountant

KoWala Productions

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Keynote

Eva Geluk

Antwerp Management School

La professeure Eva Geluk est titulaire de la chaire « Mental Health at Work » à l’Antwerp Management School. Elle est une experte très sollicitée dans les domaines du bien-être, de la prévention du burn-out et de la réintégration après une absence de longue durée.

Dans cette intervention, elle aborde en détail le bien-être mental et le rôle souvent négligé des dirigeants dans ce domaine. Comment veiller à ce que les collaborateurs se sentent bien dans leur peau ? Quelles sont les bonnes et les mauvaises pratiques qui renforcent ou, au contraire, sapent le bien-être mental des collaborateurs (et de leurs dirigeants) ? Et quel rôle revient aux responsables des ressources humaines ?

S’appuyant sur un cadre de référence scientifique et de nombreux exemples tirés de la pratique (Eva a interrogé plus de 70 cadres, responsables RH et employés dans le cadre de ses recherches), elle présente à Corporate Wellbeing le meilleur des deux mondes.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!