“Als je kijkt naar hoe het Nederlandse ouderen vergaat op de arbeidsmarkt en wie er langer doorwerkt, dan blijkt dat zowel vrouwen als laagopgeleiden door de nieuwe maatregelen langer moeten doorwerken”, aldus Mark Visser. Laagopgeleiden gaan ongeveer acht maanden later met pensioen dan hoogopgeleiden, vrouwen werken bijna een half jaar langer door dan mannen. Visser trekt de conclusie op basis van een representatief onderzoek onder de Nederlandse beroepsbevolking.
Volgens Visser kunnen hoogopgeleiden eerder met pensioen dan laagopgeleiden, omdat ze gemiddeld in beter betaalde banen zitten en dus eerder de mogelijkheid hebben om zelf de kosten van hun vervroegde pensioen te betalen. Daarnaast geldt voor vrouwen dat ze minder individueel en werkgeverspensioen opbouwen omdat ze kinderen krijgen en vaker in deeltijd werken.
Terug naar 65 jaar
Visser onderzocht ook hoe de beroepsbevolking tegen de verhoging van de pensioensleeftijd aankijkt. Een ruime meerderheid van 65 procent van de ondervraagden heeft in meer of mindere mate een voorkeur om de pensioenleeftijd terug te brengen naar 65 jaar. Hoogopgeleiden zijn het hier minder vaak mee eens dan laagopgeleiden, terwijl zij dus eerder met pensioen gaan. Daarnaast blijkt dat maar liefst 85 procent van de ondervraagden vindt dat mensen in zware beroepen eerder met pensioen moeten kunnen.
Bron: Radboud Universiteit