De resultaten wijzen op een gering verschil tussen de gewesten. In Vlaanderen wordt in de loop van het derde kwartaal een stabilisering van de rekruteringsactiviteit verwacht (+1%), terwijl Waalse en Brusselse werkgevers rekening houden met een beperkte daling.
Aanzienlijke verschillen treden echter op tussen de sectoren. De meest optimistische sectoren zijn productie en distributie van elektriciteit, gas en water en de horeca, waar respectievelijk meer dan 10% en 8% van de ondernemingen een toename van het aantal personeelsleden verwacht, tegenover ondernemingen die een daling voorzien voor het volgende kwartaal. Iets meer werkgevers verwachten een positieve rekruteringstrend in de sector winning van delfstoffen en de industrie (productie). In de groot- en kleinhandel wordt geen wijziging in de tewerkstelling verwacht.
Een dalende trend wordt genoteerd in de financiële instellingen, onroerende goederen en diensten aan bedrijven, de bouwnijverheid, de openbare diensten, onderwijs, gezondheidszorg en gemeenschapsvoorzieningen, het vervoer, opslag en communicatie en de landbouw en visserij. Dit betekent dat het percentage ondernemingen dat een uitbreiding van het personeelsbestand verwacht lager ligt dan het aantal ondernemingen dat een inkrimping van het personeel verwacht (met 2 tot 5%, afhankelijk van de sector).
Er bestaan opmerkelijke verschillen tussen de deelnemende landen: een opwaartse trend wordt genoteerd in 12 van de 18 landen. Vooral in Duitsland voert pessimisme de boventoon.
De peiling kan worden geraadpleegd op de website www.manpower.be.