Als deze minimumgrens niet wordt gerespecteerd, kan de werknemer betaling van het loon eisen, berekend op basis van de minimumgrens. De wet voorziet wel in de mogelijkheid om af te wijken van deze minimumregel, hetzij bij Koninklijk Besluit, hetzij bij collectieve arbeidsovereenkomst.
In een arrest van 3 november 2008 benadrukte het Hof van Cassatie dat deze wettelijke bepalingen over deeltijdse arbeid van dwingend recht zijn, in het voordeel van de werknemer. Dit betekent dat, wanneer men niet kan aantonen dat er werd afgeweken van de algemene regel op basis van een Koninklijk Besluit of een collectieve arbeidsovereenkomst, de wekelijkse deeltijdse arbeidsduur ten minste een derde moet bedragen van een voltijdse betrekking.
Als dit niet het geval is, kan de werknemer aanspraak maken op achterstallig loon voor een derde van de normale voltijdse arbeidsduur, ook al heeft de werknemer minder prestaties verricht.
Dit cassatiearrest maakt nogmaals duidelijk dat het voor de werkgever van cruciaal belang is om de regels op het gebied van deeltijdse arbeid te kennen én correct toe te passen. Het niet naleven van deze regels kan verregaande gevolgen hebben.
Cassatie, 3 november 2008, S.08.0056.N/1