Die Raad stelde vast dat België er weliswaar in slaagt om ouderen langer aan het werk te houden, maar dat er nog een fikse inspanning nodig is. De werkzaamheidsgraad van 55- tot 64-jarigen bedroeg vorig jaar 38,7 procent, ver verwijderd van het streefcijfer van 50 procent in 2020.
De Raad verwijst naar de loonspanning, het grote loonsverschil tussen ouderen en jongeren, als een van de verklaringen waarom te veel oudere werknemers vervroegd uit de arbeidsmarkt stappen.
Stijging van jongerenlonen
“Ze worden sneller uitgestoten omdat ze te duur zijn”, legt voorzitter Jan Smets van de Raad uit. En doordat ze meer kosten, geraken ze ook minder snel aan een nieuwe job. Uit een Europese vergelijking blijkt een sterk verband tussen de loonspanning en de werkgelegenheidsgraad bij 55-plussers.
De Coninck lijkt niet van plan om snel zelf maatregelen te nemen om de loonspanning te verminderen. “De loonvorming gebeurt op het niveau van het sociaal overleg en de paritaire comités. Daar moet over andere loonformules gedacht worden.”
De minister benadrukte dat ze niet wil dat het totale loon over de hele carrière daalt. Daarmee zegt ze dus impliciet dat een daling van de lonen van ouderen gecompenseerd kan worden door een stijging van de lonen van jongeren.
Bron: De Standaard