Het Arbeidshof van Brussel heeft in een arrest van 14 november 2023 geoordeeld dat het beding waarin wordt bepaald dat de werkgever het recht heeft om het type bedrijfswagen (met toegelaten privégebruik) eenzijdig te wijzigen, geldig is. Het Arbeidshof oordeelde dat het merk en het model van een bedrijfswagen geen essentiële bestanddelen zijn van de arbeidsovereenkomst.
Feiten
De werknemer genoot al sinds begin 1997 van het privégebruik van een bedrijfswagen. Van 7 april 2009 tot 31 maart 2012 beschikte zij over een BMW X5. Vanaf 1 april 2012 werd haar een BMW X3 ter beschikking gesteld.
In het kader van de terbeschikkingstelling van de BMW X3 sloten de werkgever en de werknemer een ‘Overeenkomst betreffende het gebruik van een bedrijfswagen voor professionele en privédoeleinden’. Artikel 1 van de overeenkomst bepaalde onder meer dat het merk en type bedrijfsvoertuig in overleg en enkel door goedkeuring van de werkgever wordt beslist. Er werd ook een beschrijving van het voertuig toegevoegd in artikel 2. Vervolgens stond in artikel 6 van de overeenkomst dat de werknemer uitdrukkelijk erkende dat de werkgever het recht heeft om het voertuigtype of het voertuig te veranderen.
Op 2 november 2020 vroeg de werkgever om de BMW X3 in te leveren aangezien hier aanzienlijke kosten aan zouden zijn. In plaats daarvan zou de werknemer voortaan gebruik kunnen maken van een FORD ECOSPORT als bedrijfswagen. De werknemer liet weten niet akkoord te gaan met de bedrijfswagen van een “lagere klasse” en vroeg een wagen van een gelijke waarde als de BMW X3 of een financiële compensatie. Na uiteindelijk de BMW X3 te hebben ingeleverd, ontving de werknemer de sleutels van de FORD ECOSPORT.
De werknemer stelde de werkgever hierop in gebreke en vroeg een vergoeding van 550 EUR netto per maand, met het argument dat de werkgever zijn verplichting tot het betalen van het overeengekomen loon niet nakwam.
Beoordeling door het Arbeidshof
Aangezien de partijen niet tot een akkoord konden komen, werd de zaak aanhangig gemaakt bij de Nederlandstalige Arbeidsrechtbank te Brussel, die de vordering van de werknemer bij vonnis van 31 mei 2022 ongegrond verklaarde. De werknemer tekende beroep aan tegen dit vonnis, zodat uiteindelijk het Arbeidshof van Brussel de zaak diende te beoordelen.
Het Arbeidshof kwam in haar arrest van 14 november 2023 tot de vaststelling dat artikel 1 van de overeenkomst enkel betrekking had op de initiële toekenning van de bedrijfswagen in april 2012. Artikel 6 sloeg daarentegen op de toekomstige wijzigingen. Partijen waren met andere woorden overeengekomen dat het merk en het type bedrijfswagen in 2012 in onderling overleg was overeengekomen, maar dat de werkgever naar de toekomst toe wel het recht had om eenzijdig het voertuigtype of het voertuig te veranderen of het voertuig te vervangen door een verplaatsingsvergoeding.
Vervolgens diende het Arbeidshof na te gaan of artikel 6 geldig was. Artikel 25 van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt immers dat een beding waarbij de werkgever zich het recht voorbehoudt om de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen, nietig is. Het Arbeidshof verwees hierbij naar vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie, waarin wordt bevestigd dat artikel 25 enkel van toepassing is op essentiële bestanddelen van de arbeidsovereenkomst.
Hoewel de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen voor privégebruik loon is en loon in principe een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst is, is niet elk aspect van de bedrijfswagen een essentieel bestanddeel. Een bepaald automerk, specifiek model binnen een bepaald automerk, specifieke motor, cilinderinhoud of kleur zijn volgens het Arbeidshof geen essentiële bestanddelen van de arbeidsovereenkomst. Deze zijn namelijk niet bepalend voor het voor voortbestaan van de arbeidsovereenkomst.
Aangezien het type bedrijfswagen geen essentieel bestanddeel is, konden de werkgever en werknemer dus geldig overeenkomen dat de werkgever dit eenzijdig mocht wijzigen. De werkgever kon dus zonder meer de bedrijfswagen die de werknemer voor privégebruik mocht aanwenden vervangen door een FORD ECOSPORT.
Bovendien merkt het Arbeidshof op dat de BMW X3 en de FORD ECOSPORT vergelijkbare modellen zijn (5 deur-SUV met grote kofferruimte) en dat de modaliteiten inzake het privégebruik niet zijn gewijzigd.
Besluit
Een clausule in de (arbeids)overeenkomst tussen werkgever en werknemer waarin bepaald wordt dat de werkgever eenzijdig het type, het merk, de kleur, etc. van de bedrijfswagen mag wijzigen is geldig. Deze eigenschappen van de bedrijfswagen betreffen geen essentiële bestanddelen van de arbeidsovereenkomst. Als de werkgever de bedrijfswagen vervangt door een ander merk en/of model, is hiervoor geen vergoeding verschuldigd aan de werknemer.
Arbh. Brussel, 14 november 2023, AR nr. 2022/AB/461

An-Julie Van Dyck
Advocaat