Redactie
Liefst 85 procent van de Belgische kmo’s wil dat het systeem van flexi-jobs uitbreidt in hun zoektocht naar flexibele werkkrachten. Toch blijken veel bedrijven nog onvoldoende vertrouwd met het systeem. Meer dan de helft weet niet waar de valkuilen zitten op het vlak van arbeidswetgeving. Ook over de sectoren waarin flexi-jobs vandaag al ingezet kunnen worden, is de kennis vaak nog beperkt.
Dat alles blijkt uit de halfjaarlijkse kmo-barometer van Acerta, ETION en VKW Limburg, die meer dan 400 kmo-bedrijfsleiders heeft bevraagd. De Belgische kmo’s zijn duidelijk voorstanders van de verdere uitbreiding van het systeem van flexi-jobs. 31,3 procent vindt dat flexi-jobs in nog meer sectoren mogelijk zouden moeten zijn. 53,5 procent vindt zelfs dat het systeem in alle sectoren zou moeten kunnen. Opvallend: de verhoging van de werkgeversbijdrage aan de RSZ sinds 1 januari is voor slechts een beperkt aantal kmo’s een reden om vandaag minder flexijobbers in te zetten (12 procent) of dat in de toekomst te doen (9 procent).
Leen Smeets, juridisch expert bij Acerta Consult: “Het toepassingsgebied voor het systeem van flexi-jobs werd al een aantal keren uitgebreid. Dat is op 1 januari 2024 weer gebeurd, door flexi-jobs onder andere in de uitvaartsector en de logistiek. Maar er is ook iets anders bijgekomen: sociale partners van de toegelaten sectoren kunnen overeenkomen dat in hun sector of een gedeelte ervan flexi-jobs toch niet kunnen, een ‘opt-out’-systeem dus. Omgekeerd, voor sectoren die niet zijn opengesteld voor flexi-jobs, kunnen de sociale partners de mogelijkheid van flexi-jobs aanvragen, een ‘opt-in’-systeem. Heel wat kmo’s zijn daarvoor gewonnen en vinden dat een nieuwe regering zelfs verder mag gaan dan wat nu al in de wet is vastgelegd.”
Flexibel redmiddel
De belangrijkste aanleiding voor kmo’s om meer flexi-jobs in te zetten heeft te maken met de flexibiliteit van het systeem. Meer flexibele werkkrachten kunnen werkpieken en werkdruk in de kleine en middelgrote ondernemingen opvangen. 42 procent van de kmo’s plaatst dit in hun top 3 van belangrijkste redenen om flexi’s in te zetten. Mensen kunnen inzetten alleen op de momenten dat het echt nodig is, is natuurlijk ook financieel interessant. Voor ruim 1 op de 4 ondervraagde bedrijven is ‘kosten besparen’ een van de hoofdredenen om gebruik te maken van flexwerk.
Wat de reden ook is, flexi-jobbers zijn hoog nodig, blijkt uit de rondvraag. Meer dan de helft van de kmo’s geeft aan dat er een reële nood is aan extra flexi-jobbers. 33 procent van de kmo’s geeft aan soms flexibele werkkrachten nodig te hebben om werkpieken op te vangen, bij 16 procent komt dat vaak voor en 6 procent zit eigenlijk altijd met die nood. Als belangrijkste reden om niet te opteren voor flexi-jobbers verwijzen kmo’s naar de continuïteit: bijna 1 op de 4 kmo’s (23 procent) zweert bij vaste medewerkers.
Onvoldoende vertrouwd
Heel wat kmo’s vinden het systeem van de flexi-jobs wel nog te complex. Meer dan de helft (53 procent) is niet of niet helemaal op de hoogte van de wettelijke wijzigingen die recent zijn doorgevoerd. Nog eens 57 procent weet niet juist wat de toepassingsvoorwaarden zijn om flexi-jobbers in te schakelen.
Leen Smeets: “We veronderstelden dat wie al flexi-jobbers inschakelt ook al op de hoogte was van de specifieke voorwaarden, wetgeving en administratie. Maar dat blijkt niet het geval: zowat de helft van de kmo’s, is nog onvoldoende vertrouwd met het systeem. Zeker het systeem van opting-out kan voor verwarring zorgen, zo kunnen flexi-jobs vanaf 1 juli 2024 bijvoorbeeld niet meer in de technische land- en tuinbouw. Er is dus nog werk aan de winkel om werkgevers te informeren én geïnformeerd te houden over het systeem.”
LEES MEER OP HRSQUARE.BE
- Terug van weggeweest: de proefperiode
- Annelies Daenen wordt nieuwe Directeur HR & Communicatie bij Imelda vzw
- Prof. Wouter Vleugels: “Culturele fit is niet het probleem, wel hoe je ermee omgaat”
- Tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen onder de loep: rechtbank kijkt naar de cijfers
- AI maakt sollicitatiebrieven beter, maar matching moeilijker