Het ONS stelde in zijn enquête naar de werkzaamheid van ‘mensen met beperkingen’ voor de eerste keer de vraag of de respondent ‘autistisch’ was. Zo maar 22 procent van de ‘autisten’ hadden geen voltijdse, noch deeltijdse job. Daarmee zitten ze bij de ‘gehandicapten’ met de laagste tewerkstelling.
Autistische mensen lijden onder een gebrek aan werkondersteuning die begrijpt wat hun capaciteiten zijn, welke vaardigheden zij hebben en wat hun uitdagingen zijn. Volgens de NAS is de opvatting dat het aanwerven van neuro-divergente personen een ‘uitdaging’ vormt, gewoon leidt tot gemiste kansen voor organisaties die niet inzien welke kansen zij bieden voor sommige functies. Vele autistische mensen kunnen, bijvoorbeeld, heel sterk focussen en doen het daarom beter in rollen waarvoor dat nodig is.
Het probleem is dat noch het beleid, noch werkgevers dit voldoende begrijpen. Autisme is een sociale beperking, die niet te vergelijken is met fysieke handicaps. Daarom is het beter het sociale aspect van een selectieprocedure – een interview – te vervangen door een projectopdracht.
Als een interview toch moet, kunnen kandidaten beter de vragen vooraf krijgen, evenals foto’s van de personen die het gesprek zullen voeren, de omgeving en het gebouw. Zo ontdekken werkgevers onvermoede en broodnodige talenten in plaats van ze af te schrikken of bevooroordeeld te blokkeren.