Quota
De Bethune wil daarom quota opleggen aan beursgenoteerde bedrijven, zodat die in hun raden van bestuur voor minstens 30 procent vrouwen opnemen. Ze heeft ook een soortgelijk voorstel klaar voor de hogere magistratuur. “Nog een ‘sector’ die in crisis is. En crisissen vragen om verandering. Het is van die beweging dat we gebruik moeten maken om meer gendergelijkheid te creëren aan de top.”
Quota zijn nodig omdat het vanzelf niet gaat lukken, zegt de senator. “Er is de cultuur aan de top, die ertoe leidt dat men een lege plek invult met meer van hetzelfde. Men zoekt eigenlijk een kloon van wie er al zit, en dat is dus meestal een man. Een andere reden is dat de vrouwelijke loopbaan een ander parcours volgt dan de mannelijke: een man moet pieken als hij 30 is. Vrouwen hebben dan net kinderen. Veel vrouwen gaan dan deeltijds werken. Men zou ook hun de kans moeten geven om carrière te maken.”
Diversiteit loont
Quota roepen weerstanden op, daar is Sabine de Bethune zich van bewust. Ze zijn er natuurlijk in het belang van de vrouwen, die zo hun achterstand kunnen inlopen. Maar niet alleen daarom, beklemtoont de senator. “Vrouwen verbreden de agenda. Dat is ook gebleken in de politiek, nadat daar quota waren ingevoerd. En er is nu ook wetenschappelijk bewijs voor wat de feministen, onder wie ik mezelf reken, al lang vermoeden: met minstens drie vrouwen in de besluitvorming worden bedrijven rendabeler. Dat blijkt onder meer uit studies van McKenzie en het Goldman Sachs-instituut. Diversiteit in de bestuurskamer loont, omdat zo’n diverse ploeg meer facetten van een probleem in rekening neemt. Vrouwelijk denken is anders dan mannelijk denken: minder competitief, meer op de groep gericht. Kortom, wat we samen doen, doen we beter.”
Stilstaan
Dat de situatie urgent is, blijkt uit de val die België heeft gemaakt in de Gender Gap Index van het World Economic Forum: “We zijn in het buitenland lang toonaangevend geweest, met de wet-Smet-Tobback, die quota heeft opgelegd voor de kieslijsten. Daardoor hebben we vrij evenwichtige parlementen. Andere landen zijn ons daarin gevolgd, maar hebben die trend ook doorgezet in andere domeinen van besluitvorming. Wij niet. Landen als Noorwegen, Spanje en in zekere mate ook Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben de koe bij de horens gevat, en gaan vooruit. Wij tuimelen naar beneden, omdat we stil zijn blijven staan.”
Bron: De Standaard