Het grootste deel van de multinationals waarop de studie betrekking heeft, hebben hun hoofdzetel in Duitsland, de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk. De activiteiten van driekwart van de bedrijven zijn vooral te situeren in de dienstensector, de metaal en de chemie. Slechts een handvol is aanwezig in tien of meer Europese Economische Gebieden (EEG), 40% is actief in twee tot drie EEG’s.
Een analyse van de akkoorden zorgt voor een schat aan informatie. Nogal wat van die akkoorden zagen het licht met de steun van Europese syndicale organisaties en in 30% van de gevallen is die betrokkenheid ook officieel. “Dit is het mooiste bewijs van de belangrijke rol van de vakbonden bij de implementatie van de OR-richtlijnen, een rol die erkend zou moeten worden bij de herziening van de richtlijnen”, vindt ETUI.
Een relatief groot aantal multinationals is ook actief in de kandidaat-lidstaten, maar minder dan 30% ervan maakt gebruik van de mogelijkheid – het is geen verplichting – om er een vertegenwoordiging van de werknemers tot de EOR toe te laten. De uitbreiding van de Europese Unie zou daarin verandering moeten brengen.