De nieuwe Koninklijke Besluiten willen coherentie creëren tussen de voorwaarden van beschikbaarheid van bruggepensioneerden voor de arbeidsmarkt en die van gewone werkzoekenden in het kader van de outplacementreglementering.
Voortaan is de bruggepensioneerde werknemer vrijgesteld van de verplichting om beschikbaar te blijven voor de arbeidsmarkt en om outplacement te aanvaarden. Ten aanzien van de bruggepensioneerde werknemer die ontslagen is in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering in het kader van het generatiepact, geldt deze vrijstelling mits de werknemer een beroepsverleden als loontrekkende van meer dan 38 jaar kan aantonen of minstens de leeftijd van 58 jaar bereikt heeft op het einde van zijn opzegtermijn of op het einde van de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode.
De bruggepensioneerde werknemer die op vrijwillige basis meewerkt aan een outplacementbegeleiding ten laste van de werkgever of zich vrijwillig inschrijft in een tewerkstellingscel waaraan de werkgever meewerkt, zal echter – ongeacht zijn leeftijd – tijdens deze periode beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt en zal outplacement, opleidingen of werkaanbiedingen moeten aannemen.