Niet voor bedienden?
Voor bedienden bestaat er geen specifieke bepaling in de wet. Dit betekent dat een bediende die beweert het slachtoffer te zijn van rechtsmisbruik – men spreekt van ‘misbruik van ontslagrecht’ – hiervan zelf het bewijs moet geven. De bediende moet kunnen aantonen dat de werkgever zijn ontslagrecht heeft uitgeoefend op een wijze die duidelijk de grenzen overschrijdt van een normale uitoefening door een ‘voorzichtige en zorgvuldige werkgever’ én dat dit rechtsmisbruik schade heeft berokkend.
Die schade moet bovendien verschillen van degene die normaliter voortvloeit uit een ontslag (o.a. verlies van inkomen). Dat deze bewijslast niet evident is, blijkt uit een zaak waarover het arbeidshof van Luik zich diende te buigen.
Ontslagen als represaille?
Een bediende in een tankstation was ontslagen op 17 september 2001, naar eigen zeggen als represaille voor een aantal legitieme vragen en eisen. De bediende had meer bepaald in 1999 (twee jaar voor zijn ontslag) een klacht ingediend bij de politie naar aanleiding van een aanval door een klant. Een aantal maanden later vond er ook een controle plaats door de sociale inspectie omwille van een klacht door zijn vakbond. In maart 2001 had de bediende schriftelijk geprotesteerd ten aanzien van zijn werkgever omwille van een aantal onregelmatigheden op het vlak van de lonen. In mei 2001 had de bediende, samen met een aantal collega’s, schriftelijk gevraagd aan de werkgever om de achterdeur van het tankstation beter te beveiligen om inbraken te vermijden. Amper een week later werd de bediende ’s nachts aangevallen in het tankstation met als resultaat dat hij tot 16 september 2001 arbeidsongeschikt was. De dag van zijn terugkeer uit ziekteverlof werd hij ontslagen door de werkgever.
Of reorganisatie?
De bediende vond dat er sprake was van rechtsmisbruik in hoofde van de werkgever en betwistte zijn ontslag voor de arbeidsrechtbank. Hij vorderde (onder meer) een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht.
De werkgever stelde dat het ontslag van de bediende niets te maken had met de gebeurtenissen die de bediende aanhaalde, maar louter paste in het kader van een reorganisatie van de tankstations.
De werkgever beslist
Het arbeidshof te Luik onderzocht de aangehaalde feiten, maar kwam tot de conclusie dat de bediende had gefaald in zijn bewijslast. De bediende had volgens het arbeidshof niet voldoende aangetoond dat zijn ontslag te maken had met de aangehaalde (rechtmatige) aanspraken van de bediende.
Het arbeidshof achtte het eerder onwaarschijnlijk dat de bediende was ontslagen omwille van deze feiten, die dateerden van een aantal maanden, tot een paar jaar voor zijn ontslag. Volgens het arbeidshof was het rechtsmisbruik dan ook niet aangetoond. Het arbeidshof herinnerde er ten slotte aan dat de werkgever in principe vrij beslist over het ontslag van zijn werknemers, zonder dat deze beslissing kan gecontroleerd worden door de rechter.
Toch een kanttekening…
Bij deze slotconclusie van het arbeidshof moet wel een kleine kanttekening worden gemaakt: zoals hoger werd opgemerkt, gaat dit niet helemaal op voor het ontslag van een arbeider, waar de rechter het ontslag wél kan toetsen aan de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet met betrekking tot het ‘willekeurig ontslag’.
De werkgever moet er in dat geval wel over waken dat hij het ontslagmotief, in geval van betwisting, kan aantonen. Lukt dit niet, dan kan de arbeider aanspraak maken op een fikse schadevergoeding (zes maanden loon).
Arbeidshof Luik, 18 september 2007, A.R. 34.042/06, onuitg.