< Terug naar overzicht

Aantal ‘werkbare’ jobs blijft dalen

Amper de helft van de werknemers heeft ‘werkbaar werk’, zo leert de recentste werkbaarheidsmeting van SERV - Stichting Innovatie & Arbeid. De doelstelling van de Vlaamse regering om het aantal werkbare jobs te doen stijgen tot 60 procent in 2020 lijkt daarmee heel ver weg.

De werkbaarheid van de jobs in Vlaanderen staat onder druk. Een kleine helft van de Vlaamse werknemers heeft een ‘werkbare’ job. Hoofdoorzaak is het groeiende aantal werkstressklachten. Ruim een op de drie werknemers kampt met psychische vermoeidheidsproblemen. Om de drie jaar onderzoekt de Sociaal-Economische raad van Vlaanderen (SERV) in hoeverre Vlaamse werknemers werkbaar werk hebben. Dat is werk waarvan men niet overspannen of ziek wordt, dat boeiend en motiverend is, dat voldoende kansen biedt om bij te blijven/leren en voldoende ruimte laat om werk en privéleven te combineren.

In het Pact 2020 spraken de sociale partners en de Vlaamse Regering af om het aantal werkbare jobs te doen toenemen tot 60 procent in 2020. Tussen 2004 en 2013 steeg de werkbaarheidsgraad voor werknemers van 52 naar 55 procent. In 2016 daalde de werkbaarheid tot 51 procent en die achteruitgang zet zich nu verder tot net geen 50 procent (49,6 procent). De geboekte vooruitgang in het vorige decennium gaat dus verloren en de doelstelling van het Pact 2020 (60 procent) wordt niet gehaald.

Bijna vier op tien kampt met werkstress

Werkbaar werk wordt bepaald aan de hand van vier dimensies: psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en evenwicht werk-privé. De terugval in de werkbaarheidsgraad is grotendeels te wijten aan een toename van werkstress. Zo steeg het aantal werknemers dat kampt met psychische vermoeidheid van 29 procent in 2013 over 34 procent in 2016 naar 37 procent in 2019.
Ook op het vlak van motivatie tonen de meest recente metingen een negatieve evolutie: het aandeel werknemers in een problematische situatie voor welbevinden in het werk nam significant toe van 16,6 procent in 2010 over 18,1 procent in 2013 en 19,8 procent in 2016 naar 21,1 procent in 2019. De vooruitgang die in het vorige decennium werd geboekt, wordt daarmee opnieuw teruggedraaid.
Het evenwicht werk-privé komt opnieuw onder druk. Terwijl er tot 2013 vooruitgang geboekt werd op dit terrein, heeft vandaag 12 procent van de medewerkers moeite om werk en gezin te combineren. Dit is een stijging met 2 procent in vergelijking met 2013.
De leermogelijkheden daarentegen zijn sinds de eerste meeting, vijftien jaar geleden, systematisch toegenomen.

Hoge werkdruk, meer autonomie

De werkbaarheid wordt gemeten aan de hand van zes risico-indicatoren of achterliggende determinanten van de werkbaarheid: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie, autonomie in het werk, ondersteuning door de directe leiding en belastende fysieke arbeidsomstandigheden.
Een problematische werkdruk wordt ervaren door 38 procent van de werknemers. Dit is geen significante stijging in vergelijking met drie jaar geleden, maar wel een substantiële toename tegenover 2013 (29 procent) en 2004 (31 procent).
Andere belastingindicatoren vertonen een gelijkaardige evolutie. Zo rapporteert 15 procent van de werknemers problematische belastende fysieke arbeidsomstandigheden. Ook hier is dit vergelijkbaar met 2016, maar het is wel een substantiële stijging in vergelijking met 2013 (19,9 procent) en 2004 (12,1 procent). Voor emotionele belasting behoort in 2019 een aandeel van 24,9 procent tot de problematische categorie. Dit is een significante toename tegenover 2016, tegenover 2013 en tegenover de nulmeting in 2004 (met respectievelijk 23,0 procent, 20,0 procent en 20,5 procent van de werknemers geconfronteerd met emotioneel belastend werk).

Voor een aantal (arbeidsorganisatie- en HR-gerelateerde) werkbaarheidsrisico’s werd gedurende de voorbije vijftien jaar wel een beperkte maar significante verbetering gerealiseerd. Het aandeel werknemers in een problematische situatie voor autonomie in het werk is afgenomen van 20,8 procent in 2004 tot 18,5 procent in 2019. Het aandeel werknemers in een problematische situatie voor ondersteuning door de directe leiding is afgenomen van 16,1 procent in 2004 tot 14,4 procent in 2019. Voor de risico-indicator taakvariatie werden (met in 2016 23,0 procent van de werknemers geconfronteerd met routinematige jobs) geen significante verschuivingen in de omvang van de problematische groep vastgesteld.

Zorgsector

Hoewel werkstress in alle bedrijfstakken stijgt en minimaal een derde van de werknemers werkstressklachten heeft, springen er een aantal sectoren bovenuit. Terwijl in de financiële sector, zakelijke diensten en chemie ‘maar’ een bescheiden toename van 2 à 3 procent tussen 2013 en 2019 te merken is, ziet men in de sectoren onderwijs, zorg en welzijn en in de voedingsindustrie een toename van 9 tot 11 procent. Deze drie sectoren hebben ruim een kwart van alle werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt in dienst.

Uiteenlopende oorzaken

Voor de toegenomen werkdruk- en stressproblemen zijn uiteenlopende oorzaken aanwijsbaar:
- de krapte op de arbeidsmarkt en vacatures die niet ingevuld geraken laten zich vaak als personeelstekorten op de werkvloer voelen
- de continue stroom veranderingen in businessmodellen en werkmethoden vraagt heel wat (en soms te veel) flexibiliteit van medewerkers
- de stroom informatie en prikkels van alomtegenwoordige smartphones en andere IT-devices in de bedrijfscontext en de privésfeer stellen mentale veerkracht danig op de proef
- de toegenomen assertiviteit en soms ook agressiviteit van klanten, patiënten, leerlingen… zet werknemers ook emotioneel onder druk.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen