< Terug naar overzicht

Berings & Berings – Gaat het om het knikkeren of om de knikkers?

Soms wordt intrinsieke motivatie voorgesteld als de ‘echte’ motivatie. Extrinsieke motivatie wordt dan wel eens ‘moetivatie’ genoemd. Heel wat onderzoeken tonen aan dat de motivatie die van de persoon zelf uitgaat heel wat positieve effecten heeft.

Tekst: Dries en Eline Berings

Het gaat dan om hoger welzijn, meer zelfontwikkeling, meer volharding, hoger organisatiecommitment, minder angst en depressie. Bovendien toonde heel wat onderzoek reeds aan dat beloningen de intrinsieke motivatie kunnen schaden. Sportliefhebbers volgen die redenering wel eens wanneer als ze het hebben over duurbetaalde voetballers die maar weinig inzet zouden tonen. Beloningen kúnnen de intrinsieke motivatie inderdaad ondermijnen, maar doen dit lang niet altijd. Wanneer iemand voor iets een beloning krijgt betekent dat immers niet dat die beloning de belangrijkste reden was om zich te engageren. Topsporters die aan hun sport veel geld verdienen, doen dat lang niet altijd en zeker niet uitsluitend voor dat geld. 

Twee vormen van beloning

Interessant in dat verband is dat een beloning twee vormen kan aannemen. Een beloning kan de ‘reden zijn waarom men zich engageert’. Dat noemde Edward Deci het ‘controle-aspect’. Maar een beloning kan ook een bron van informatie zijn. Dat noemde hij het ‘informatie-aspect’. In dat geval leert de beloning ons iets over onszelf, over onze inzet, talent en competentie en is het net goed voor de intrinsieke motivatie. De kans dat een Olympische medaille halen de intrinsieke motivatie van de atleet ondermijnt, is dan ook gering. De boodschap is dat bij het koppelen van beloningen aan prestaties de informatiewaarde sterk moet worden benadrukt. De beloning geeft immers informatie over iemands inzet, competenties en de meerwaarde die men heeft gecreëerd.

In topsport zijn zowel intrinsieke als extrinsieke motivatie aan de orde, al kan ook hier de ene soort motivatie de andere wel in de weg zitten. Zeker sporters op weg naar de top krijgen te maken met statuten, contracten en budgetten, allen gelinkt aan prestaties en aan geld. Dit kan met zich meebrengen dat sporters meer bezig zijn met welk statuut, contract of budget ze nodig hebben, in plaats van bezig te zijn met de taak of het resultaat op zich: ontwikkelen, verbeteren en zo uiteindelijk ook presteren. Bovendien kan het verlies van een statuut of contract gepercipieerd worden als een straf of minachting voor de geleverde inzet. Op die manier komt het controle-aspect van de beloning en minder het informatie-aspect op de voorgrond te staan. Voor een sporter zelf zijn de geldelijke beloningen en compensaties in eerste instantie een voorwaarde om aan sport te doen. Toch kan het al dan niet krijgen van een statuut, contract of budget ook wel een graadmeter zijn voor de eigen inzet en prestaties. Ook in de sport is het dus van belang om in de communicatie rond beloningen de erkenning van iemands inzet en competentie te benadrukken en zo de intrinsieke motivatie te vrijwaren en zo te voorkomen dat de vooropgestelde beloning een doel op zich wordt.

 

 

Dries en Eline Berings, professor KULeuven, en ex-topatlete en sport- en prestatiepsychologie
"De tweedeling extrinsiek-intrinsiek is vervangen door een continuüm van gecontroleerde naar autonome motivatie. Aan de ene kant staat de extreem van buitenaf gecontroleerde motivatie en aan de andere kant de pure intrinsieke motivatie. Daartussen plaatst men een aantal tussenvormen."
© GF

Als je als topsporter bij een overwinning of goed resultaat beloond wordt door extra sponsoring, of een speciale attentie of extra prijzengeld, kan dat heel positief en bekrachtigend werken. Opmerkelijk hierbij is dat dit bij uitstek het geval is als die beloning deels onverwacht komt. Je resultaten leveren je iets extra op en vooral je krijgt ook het gevoel van erkenning en waardering. Sporters werken bijzonder hard en bijzonder lang voor één of twee grote momenten per jaar. Als je daar dan goed presteert en je krijgt er nadien allerlei beloningen voor (in de vorm van aandacht, geld of materiaal…), kan dit heel bekrachtigend zijn en een stimulans zijn naar later. Je krijgt het gevoel van ‘competentie’ en ‘zelfbepaling’: Yes I can! Dit soort beloningen zijn zeker niet negatief, in tegendeel omdat ze een graadmeter zijn voor je eigen kunnen en je geleverde inzet en je een gevoel van trots en voldoening geven

Intrinsiek sympathieker

Doorgaans vinden we intrinsieke motivatie ‘sympathieker’ dan extrinsieke motivatie. Dat mag echter niet betekenen dat we inzet voor een beloning ‘vies’ moeten vinden. De inzichten uit de motivatiepsychologie kunnen wel helpen om het inzetten van beloningen meer doordacht te doen. De mogelijke nadelen van een al te kortzichtig inzetten van prestatieloon (bonussen, premies…) is reeds uitvoerig in de aandacht gebracht, onder andere naar aanleiding van perverse effect van korte-termijn-beloningssystemen in de financiële wereld.

Ook met betrekking tot de sportwereld kan men het betreuren dat alles te veel rond geld is gaan draaien. Zeker als men bedenkt dat sport oorspronkelijk een spel was dat men doet ‘voor de lol’ (intrinsieke motivatie) of om te laten zien wat men kan (prestatiemotivatie). Maar sporten is geëvolueerd van spelen naar werken. Het dient ergens voor. Is het niet voor geld dan is het om gezond te blijven, om af te vallen of om frustraties op het werk te compenseren. Ook sport is geëvolueerd van puur entertainment naar big business.

Dit gezegd zijnde doet het als oprechte sportliefhebber wel deugd om ook bij sporters die dik betaald worden, spelvreugde, bevlogenheid en een zekere speelsheid te zien. Wanneer we dit opmerken bij de nieuwe generatie wielrenners kunnen we daar alleen maar blij om zijn. Het toont dat je heel goed beloond kan worden en toch een enorme intrinsieke motivatie kan behouden. Hard werken, zwoegen en zweten, gedisciplineerd leven… voor veel topsporters is en blijft dat intrinsiek belonend. Het is iets dat ze zelf willen, iets waar ze zelf in geloven en ook iets wat aan het einde van de rit vaak, maar lang niet altijd opbrengt.

Nuance nodig

Wanneer we het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie uitgelegd krijgen, lijkt het op het eerste zicht eenvoudig. Maar als we gaan kijken hoe deze vormen van motivatie zich op het werk en in de sport manifesteren, lijkt meer nuance nodig. Die nuance vinden we in de hedendaagse motivatiepsychologie. De tweedeling extrinsiek-intrinsiek is vervangen door een continuüm van gecontroleerde naar autonome motivatie. Aan de ene kant staat de extreem van buitenaf gecontroleerde motivatie en aan de andere kant de pure intrinsieke motivatie. Daartussen plaatst men een aantal tussenvormen.

Een interessante tussenvorm is het type motivatie waarbij men werkt naar een vooropgestelde uitkomst of beloning, maar die sterk verankerd ziet in de persoonlijke waarden of wat men voor zichzelf voor ogen heeft. Het persoonlijk ontwikkelingsplan zou men kunnen zeggen. Bij studenten merken we dat deze tussenvorm belangrijk is voor het realiseren van academische motivatie en goede studieresultaten. De positieve impact van deze tussenvorm van motivatie leert ons dat niet alles ‘fun’ moet zijn, maar ook hard werken en afzien voldoening kan geven omdat het een duidelijk persoonlijke reden heeft om dat te doen en te blijven doen.

Ook in het bedrijfsleven worden inspanningen geleverd die op zich niet altijd even prettig zijn maar wel passen in een groter plan. Dat groter plan of strategie zal pas ten volle motiverend werken als de mensen die het gaan realiseren het daadwerkelijk ook zelf willen en niet alleen omdat het moet.


Bronnen

  • Berings, D., & De Feyter, T. (2016). Onderzoek naar mogelijke verklaringen voor verschillen in studie-inzet in het Vlaamse hoger onderwijs. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 33, 20-41.
  • Standage, M., Curran, T., & Rouse. P.C (2019). Self-determination-based theories of sport, exercise, and physical activity motivation. In T. S. Horn & A. L. Smith (Eds.). Advances in sport and exercise psychology (fourth ed., pp. 289-311). Champaign, IL: Human Kinetics.
  • Van den Broeck, A., & Van Coillie, H. (2021). Motiveren zonder controleren. Aan de slag met de zelfdeterminatietheorie op de werkvloer. Die Keure: Brugge.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen