< Terug naar overzicht

Betrokkenheid na corona: een op vier werknemers wil het afbollen

Sectoren heropenen en werknemers mogen met mondjesmaat terugkeren naar hun werkplek. Daarbij rijzen een aantal vragen. Wat willen we anders en wat willen we behouden? Welke bagage nemen we mee naar de werkvloer van morgen? En nog belangrijker: wat hebben werknemers en werkgevers geleerd voor de toekomst van werk? Nieuw onderzoek door AMS laat licht schijnen.

Antwerp Management School (AMS) voerde in samenwerking met het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en HRPro.be een jaar lang onderzoek naar de impact van de pandemie en ondervroeg hiervoor 2.783 bedrijfsleiders en HR-professionals en 4.660 werknemers. De resultaten zijn nu bekend.

Voor veel bedrijven draaide de pandemie uit op een crisis van verbondenheid. De zingeving van werk zit immers niet alleen in het inkomen of de jobinhoud, maar ook in de verbinding met anderen. In april 2021, na één jaar coronacrisis, geeft 28 procent van de ondervraagde werknemers aan zich niet verbonden te voelen met de organisatie en 23 procent niet met de collega’s.

Werkgevers voelen dit ook. Naarmate de pandemie vordert, worstelen zij in toenemende mate met het invullen van hun medewerkers’ nood aan verbondenheid. In april 2021 ervoer 84 procent van de werkgevers een negatieve impact op de band tussen medewerkers onderling. Maar ook de band tussen werkgever en werknemer staat onder druk. Ongeveer de helft van de werkgevers ligt wakker van de betrokkenheid van medewerkers en meer dan een op drie maakt zich zorgen over een mogelijk vertrek van goede medewerkers. Niet onterecht: een op vier medewerkers meldt (actief en passief) op zoek te zijn naar een andere job, een verdubbeling t.o.v. voorgaande jaren.

Herstel van sociaal weefsel

Ondanks de crisis van verbondenheid, stijgt het vertrouwen van werkgevers in hun medewerkers. Meer dan de helft zegt meer vertrouwen in medewerkers te hebben dan voor de crisis. Een op drie controleert minder op uren en slechts een op twintig controleert de uren nu juist meer Bovendien staat meer dan de helft inmiddels positiever ten opzichte van een flexibele uurregeling en slechts 5 procent kijkt hier nu negatiever naar. Vooral de ervaring van de goodwill van medewerkers ten aanzien van de organisatie stijgt: een op vier werkgevers vindt de goodwill hoger dan voor de crisis.

Andersom blijft het vertrouwen van de meeste werknemers in hun werkgever stabiel (62 procent), bij een minderheid (14 procent) stijgt en daalt bij 24 procent. Medewerkers lijken vooral bekommerd of hun prestaties vanop een afstand op een correcte manier geëvalueerd zullen worden (27 procent uit deze bekommernis, terwijl 8 procent daar net geruster in is dan voordien). De impact van telewerk op visibiliteit speelt hier mogelijk een rol, iets waarmee beide partijen best rekening houden bij afspraken omtrent telewerk in de toekomst.

Hoewel slechts 12 procent van de werkgevers zich bewust is van deze bezorgdheid bij hun medewerkers, worden er ondanks de pandemie toch meer betekenisvolle gesprekken gevoerd tussen medewerkers en hun leidinggevenden. Ongeveer een op drie medewerkers ervaart een positief effect van de pandemie op de gesprekken met leidinggevende over hun functioneren (34 procent t.o.v. 22 procent negatief) en hun prestaties (35 procent t.o.v. 19 procent negatief).

Professor Kathleen Vangronsvelt (AMS) ziet hierin een opening voor het herstellen van het sociale weefsel: “Praten werkt! Het is voor werkgevers, leidinggevenden en medewerkers cruciaal om het gesprek aan te gaan. De wereld is veranderd, maar ook wij zijn veranderd. Praat over de ervaringen van het afgelopen jaar en de wederzijdse verwachtingen die daaruit ontstaan zijn. Op die manier kan je niet alleen het psychologisch contract tussen werknemer en werkgever hernieuwen, maar goede gesprekken verstevigen ook de verbinding en het vertrouwen.”

Nieuwe vaardigheden

Bijna twee op drie werknemers zeggen nieuwe vaardigheden te hebben verworven door de pandemie. Bijna alle werkgevers (89 procent) zagen hun medewerkers groeien in de crisis. Die nieuwe vaardigheden zijn niet zozeer door training of opleiding verworven , maar wel door andere manieren van werken of een wijziging in het takenpakket. Digitale vaardigheden staan – niet verrassend - bovenaan (drie op vier werkgevers), maar ook in de meer jobspecifieke skills was er heel wat groei (een op drie werkgevers). Een op drie werkgevers ziet dan ook de mogelijkheden van een bredere inzetbaarheid van medewerkers in andere projecten of opdrachten in de toekomst (tegenover 17 procent die een negatieve impact van de pandemie op inzetbaarheid vermoedt.

Professor Ans De Vos (AMS) breekt een lans voor het expliciet aandacht schenken aan deze groei: “Dit is het uitgelezen moment om stil te staan bij wat medewerkers geleerd hebben. De uitspraak ‘wat aandacht krijgt, groeit’ is ook hier van toepassing. Ga niet te snel terug over naar de orde van de dag, maar gebruik dit momentum om de leercultuur in je organisatie te boosten. Zo een leercultuur bereik je immers niet zozeer met de klassieke opleidingen, maar vooral door het vele impliciete, on the job leren van elke dag te bekrachtigen.”

Bron: AMS

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen