< Terug naar overzicht

Mobiliteitsbudget: in de file

Al voor de vakantie kwam de federale regering met een ‘voorontwerp van wet houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit’. Dat werd voorgelegd aan de Raad van State maar ook voor advies aan de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). Deze twee eerbiedwaardige instanties, waarin werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers elkaar treffen voor overleg, bevielen op 28 september jongstleden van een gezamenlijk advies. Ons vielen vooral de ‘concrete voorstellen om misbruiken tegen te gaan’ in verband met het mobiliteitsbudget. Wij citeren. Zal de regering haar huiswerk corrigeren?

‘De Raden herinneren aan het standpunt uit hun advies dd. 7 april 2017 betreffende het mobiliteitsbudget volgens hetwelk het mobiliteitsbudget gepaard moet gaan met antimisbruikmaatregelen die erop gericht zijn de budgetneutraliteit voor de staat te garanderen. Met datzelfde doel voor ogen vragen de Raden dat in de wet houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit een minimum- en maximumbedrag worden ingeschreven waartussen de waarde van het mobiliteitsbudget zou moeten liggen.

  • Voor werknemers die over een bedrijfswagen beschikken, moet de waarde van het mobiliteitsbudget overeenstemmen met de waarde van de wagen waarop ze recht hebben of waarover ze beschikken en moet dit bedrag zich volgens de Raden situeren tussen minimaal 3.000 euro en maximaal 16.000 euro per jaar.
  • Voor werknemers die (nog) niet over een bedrijfswagen beschikken, maar er volgens het bedrijfswagenbeleid van de werkgever voor in aanmerking komen, moet de waarde van het mobiliteitsbudget (nl. de Total Cost of Ownerschip of TCO) overeenstemmen met de waarde van de wagen of met een forfait (met dezelfde minimum- en maximumgrens als hierboven vermeld) waar hij recht op heeft.

Bovendien vragen de Raden de afschaffing van artikel 5, §3, §4 en §5 van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget. De antimisbruikmaatregelen die vastgelegd zijn in §3 en §4 van artikel 5 houden in dat werknemers gedurende een bepaalde periode over (het recht op) een bedrijfswagen moeten beschikken om een mobiliteitsbudget te kunnen aanvragen. Deze afschaffing biedt het voordeel dat de in aanmerking komende werknemers meteen (i.p.v. na een wachttijd te hebben doorlopen) een mobiliteitsbudget kunnen aanvragen. Voor de mobiliteit biedt deze afschaffing het voordeel dat de werknemers die in aanmerking komen voor het mobiliteitsbudget niet langer gedurende minstens 1 jaar met die wagen moeten rondrijden, vervuilen, bijdragen aan de verkeerscongestie enz. alvorens ze die kunnen omruilen voor een mobiliteitsbudget (dat een duurzaam alternatief voor de bedrijfswagen vormt). Hoe langer je werknemers laat proeven van de voordelen en het gemak dat een bedrijfswagen biedt, hoe moeilijker het is ze te overtuigen om geheel of gedeeltelijk over te schakelen op andere, duurzamere verplaatsingswijzen.

Voorts pleiten de Raden voor het behoud van de antimisbruikmaatregelen die vastgelegd zijn in artikel 4, §2 en §3 van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget. Deze maatregelen houden in dat werkgevers verplicht zijn om voorafgaand aan de invoering van een mobiliteitsbudget (gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden) bedrijfswagens ter beschikking te stellen. De Raden zijn van oordeel dat deze maatregelen nog steeds relevant zijn omdat er niets gewijzigd werd aan de filosofie achter de wet betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget, nl. aan werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen een mobiliteitsbudget aanbieden waarbinnen ze kunnen kiezen voor verschillende mogelijkheden van duurzaam vervoer in ruil voor de inlevering van hun (recht op een) bedrijfswagen.

Daarnaast stellen de Raden met tevredenheid vast dat artikel 11 van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget in het voorontwerp van wet ongewijzigd wordt gelaten. Dit artikel verbiedt - zoals de Raden zelf voorstelden in hun advies van 25 september 2018 het cumuleren van een mobiliteitsbudget en een bedrijfswagen die geen deel uitmaakt van een mobiliteitsbudget. Gelet op het evenwicht en de coherentie van punt 2.3.1 van dit advies dat handelt over antimisbruikmaatregelen, vragen de Raden dat rekening wordt gehouden met al de voorstellen en beschouwingen die ze in dit punt hebben geformuleerd en die een onlosmakelijk geheel vormen.”

Bron: CBR/NAR. De volledige tekst vindt u hier

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen