Een evenwichtig arbeidsmarktbeleid vraagt inspanningen van zowel werkgevers als werknemers. Werkgevers moeten oog durven hebben voor onaangesneden reserves op de arbeidsmarkt. Werkzoekenden mogen op hun beurt niet in een hoekje kruipen en moeten ondersteund worden om aansluiting te krijgen tot de arbeidsmarkt. In de praktijk bestaan er zeer mooie voorbeelden van dergelijke samenwerking, alleen nog te weinig, aldus Unizo.
Hiertoe formuleerde Unizo vorige week enkele essentiële beleidsaanbevelingen. In de aanbevelingen, staat de attitude zowel bij werkgevers al bij werknemers centraal.
Permanente opleiding, waarin basiskwalificaties aangevuld worden met praktijkervaring en opnieuw studeren na een periode van tewerkstelling, dragen daartoe bij. Praktijkervaringen, via stages of IBO (individuele beroepsopleiding), brengen werkgevers en mogelijke permanente werknemers, volgens Unizo, dichter bij elkaar.
Hierin speelt ook de werkgever zelf een belangrijke rol: die moet zich flexibel opstellen en durven investeren in het personeel. Dat wil zeggen dat een ondernemer ook oog moet hebben voor de minder evidente arbeidsreserves op de markt. “Basiskennis is vereist, het is aan kmo’s om ook de ruwe diamanten te durven ontginnen”, benadrukt Van Eetvelt.