Onderzoek stelt succes Rosettaplan in vraag

JongerenOrganisatie
Drie jaar geleden werd het startbanenplan gelanceerd. Sinds 1 april 2000 zijn bedrijven met minstens 50 werknemers verplicht jongeren in dienst te nemen à rato van drie procent van het personeelsbestand. In ruil krijgen de bedrijven een lastenverlaging van 500 euro per trimester en per jongere. Volgens het kabinet van minister van Arbeid, Laurette Onkelinx (PS), zijn nu 34.000 jongeren via het Rosettaplan aan de slag.
De Vrije Universiteit Brussel en de Université de Liège onderzochten het plan in de periode van april 2000 tot december 2001. Dat onderzoek leert dat het plan meer werkgelegenheid biedt aan jongeren dan de projecten van de RVA die het plan voorafgingen. Van het totaal aantal werkloze jongeren is 30 procent afkomstig uit Vlaanderen, 57 procent uit Wallonië en 13 procent uit Brussel. Daar staat tegenover dat van de jongeren die een job vonden via het startbanenplan 68,8 procent in Vlaanderen woonde, 23,4 procent in Wallonië en 7,8 procent in Brussel. Vlaamse jongeren komen dus relatief veel meer aan bod. Dat heeft volgens de onderzoekers te maken met de betere situatie op de arbeidsmarkt in het Vlaamse landsgedeelte. Dat leidt tot het volgens hen paradoxale resultaat dat het startbanenplan niet leidt tot meer tewerkstelling in de economisch zwakkere regio’s.
Uit het onderzoek blijkt ook dat 67,3 procent van de startbaan-jongeren minstens over een diploma hoger secundair onderwijs beschikte.
Alles samen brengt dat de onderzoekers tot de vraag of het Rosettaplan niet leidt tot tewerkstelling bij jongeren die ook zonder het plan een baan zouden hebben gevonden.

Port of Antwerp-Bruges
Benelux Unie
ALDI België

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.