Vooral over de hoogte van hun vaste maandsalaris zijn ze niet te spreken. Over de bonussen die ze krijgen, áls ze die al krijgen, zijn ze iets meer tevreden.
Op een scoreschaal van 1 tot 5 punten – met1 als uiting van grote ontevredenheid en 5 van zeer grote tevredenheid – scoort de financiële beloning erg matig, tot slecht.
Voor het vaste loon gaat het om een score van 3,41 op 5, voor de bonussen om 3,23 op 5. Ter vergelijking: de collega’s (werksfeer) halen 3,99 op 5, de extralegale voordelen 3,89.
Kader-en directieleden
Bij de beter verdienende kader- en directieleden is de tevredenheid over het loon groter. Opmerkelijk: de Vlaamse kaderleden zijn meer in hun nopjes met hun vaste salaris dan de directieleden. Maar de directeurs zijn dan weer meer opgezet met de aan hen toegekende bonussen.
Tevredenheid daalt
Een vergelijking met de voorgaande editie van het beloningsonderzoek, uit 2005, leert dat de tevredenheid van de Vlaamse werknemers er niet op vooruit is gegaan. Integendeel, in 2005 spraken nog meer dan 71 procent van de kaderleden en 56 procent van de bedienden zich ‘met tevredenheid’ uit over hun loon.
In 2008 zijn die percentages teruggevallen tot 66 en 46 procent, een meer dan beduidende daling. Nochtans zijn de lonen van de Vlaamse werknemers in de voorbije drie jaar flink toegenomen.
Prestatieloon
De tevredenheid over het loon is groter bij die groepen van werknemers die een loonsverhoging krijgen op basis van hun prestaties. Toch is prestatiebeloning eerder uitzondering dan regel, behalve misschien in de grote bedrijven (waar 62 procent loonsverhoging krijgt op basis van prestaties, tegen 42 procent in kleine bedrijven).
Bonussen
Voor veel werknemers is er dus geen loon naar prestaties. Dat geldt ook voor de bonussen. Ongeveer een derde van de bedienden en twee derde van de kaderleden in de privébedrijven krijgt een bonus, bij de ambtenaren geldt dat voor maximaal één op de vijf.
Bovendien blijft de omvang van die bonus voor kaderleden beperkt tot maximaal zes procent van het vaste loon. Voor bedienden en arbeiders gaat het om maximaal twee procent.
Tegenover 2005 kregen in 2008 beduidend meer bedienden en kaderleden een bonus uitbetaald, zowel in de privésector als in overheidsdienst.
Opmerkelijk is dat heel wat werknemers (tussen 40 en 50 procent) geen enkel idee hebben van de manier waarop in hun bedrijf de bonussen worden toegekend. Die onwetendheid – en het bijbehorende gevoel van onrechtvaardigheid of zelfs willekeur – drukt zwaar op de tevredenheid over de verkregen bonussen. HR-diensten weten wat hen te doen staat.
Bron: De Standaard