Foute veronderstelling
Algemeen wordt aangenomen dat goed geschoolde werknemers in leidinggevende functies of banen met grote autonomie weinig of geen gezondheidshinder van hun werk ervaren, terwijl hun laaggeschoolde collega’s in fysiek veeleisende banen of functies met weinig inspraak veel gezondheidshinder ervaren. Dit stereotiep beeld is echter veel genuanceerder, zo blijkt uit de studie van Christophe Vanroelen.
Hoge immateriële eisen en ‘rolstress’
Terwijl de gezondheidsgevolgen van fysieke werkeisen, afstompend of onzeker werk aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijven bestaan, blijkt dat er ook in toenemende mate sprake is van een nieuwe probleemgroep. Deze wordt omschreven als een ‘hoge eisen-cluster’, bestaande uit werknemers met een hogere sociaaleconomische positie voor wie vooral hoge immateriële taakeisen een probleem vormen.
Ze lijden aan wat de wetenschappers rolstress noemen: ze ondervinden moeilijkheden om werk en privéleven in balans te houden, of hebben problemen om op het werk te blijven voldoen aan toenemende of tegenstrijdige verwachtingen. Deze problematiek van ‘rolstress’ heeft een sterke impact op de gezondheid en het welzijn van de werknemers.
HRM en breder
Volgens Vanroelen is het belangrijk een beleid ter verbetering van de kwaliteit van de arbeid te voeren met meer aandacht voor het evenwicht tussen de verschillende professionele en niet-professionele aspecten van het leven van de (overbevraagde) werknemer.
Maar ook in een breder perspectief is het belangrijk om te beseffen dat sociaaleconomische gezondheidsverschillen veel te maken hebben met een steeds competitiever en ongelijker wordende samenleving, eerder dan met zeer specifieke risico’s op de werkvloer of daarbuiten.
Vanroelen: “Een beleid dat echt vooruitgang wil boeken in de bestrijding van sociaaleconomische gezondheidsverschillen zal dan ook veel meer oog moeten hebben voor thema’s als de welvaartsverdeling, de democratisering van kennis en antidiscriminatiemaatregelen dan nu het geval is.”