Zowel bij de cursisten als de collega’s werden significante positieve verschillen opgetekend voor de volgende persoonlijke hulpbronnen: persoonlijke effectiviteit, optimisme, veerkracht, eigenwaarde, nauwgezetheid, gevoeligheid voor straf en beloning en assertiviteit. “Deze hulpbronnen zijn in feite psychologische eigenschappen die zorgen dat mensen beter kunnen omgaan met de negatieve aspecten van het werk (stressbronnen) en de positieve aspecten van het werk (energiebronnen) versterken”, verduidelijkt Wilmar Schaufeli, hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht in P&O Actueel.
Voor sommige hulpbronnen werden wel verschillende waarden voor cursisten en collega’s geregistreerd. Zo zagen de cursisten zelf niet dat hun eigenwaarde was toegenomen, terwijl de collega’s dat wel degelijk opgemerkt hebben. Voor ‘veerkracht’ bleek het tegendeel waar: de cursisten gaven een grote verbetering aan, terwijl de collega’s dat niet zagen.
Voor het onderzoek werden ongeveer 250 cursisten en meer dan 500 collega’s van hen ondervraagd. De bevraging gebeurde vóór, vlak na en twee maanden na een training.
Bron: P&O Actueel