Ondanks het feit dat rekening werd gehouden met de inflatie was de gemiddelde werkelijke loonstijging in 2002 gemiddeld lager dan in 2001, en daalde ze in de EU-lidstaten van 0,8% tot 0,7% in 2002. In de drie kandidaat-lidstaten die ook in het rapport vermeld worden (Hongarije, Slowakije en Polen) ligt de gemiddelde nominale collectieve loonstijging met meer dan 6% in 2002 beduidend hoger dan het gemiddelde in de EU en Noorwegen.
Voor de periode tussen 1998 en 2002 kunnen de EU-lidstaten en Noorwegen worden onderverdeeld in landen met een lage nominale loonstijging (waar de loonstijging gemiddeld 2 tot 3% bedraagt, te weten Oostenrijk, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland en Italië), landen met een middelmatige nominale loonstijging (gemiddeld 3 tot 4%, namelijk België, Nederland, Portugal, Spanje, Zweden en het VK) en landen met een hoge nominale loonstijging (gemiddeld meer dan 4%, Griekenland, Ierland, Luxemburg en Noorwegen).
Het volledige vergelijkende rapport over de evolutie van de lonen in 2002 is beschikbaar op www.eiro.eurofound.eu.int.