De opzegtermijn bedraagt eveneens drie maanden voor arbeiders die zonder onderbreking bij dezelfde werkgever zijn tewerkgesteld gedurende minder dan vijf jaar en wordt met drie maanden vermeerderd vanaf de aanvang van elke nieuwe periode van vijf jaar dienst bij dezelfde werkgever.
De opzegtermijn moet worden berekend volgens de reële anciënniteit op het ogenblik dat de opzegging ingaat en begint te lopen op de eerste dag volgend op die waarin kennis van opzegging is gegeven.
Deze termijn is niet van toepassing bij ontslag tijdens de proefperiode, ontslag met het oog op brugpensioen of met het oog op het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.
Bron: ACOD