De grootste tevredenheid geldt zowel in de openbare sector als de privé de collega’s (7,02). De job zelf komt op de tweede plaats voor de ambtenaren. Werknemers uit de privé plaatsen werktijden en werkomstandigheden op nummer twee.
Management en beleid scoren bij de overheidsmedewerkers het zwakst (5,51). Werknemers uit de privé zijn ook niet laaiend enthousiast over het algemeen management, maar ze geven het toch significant meer krediet.
Naast het algemeen management is de verloning de voornaamste bron van ontevredenheid bij de overheid. De onvrede is het grootst in het onderwijs.
Noch bij de overheid, noch in de privé zijn de medewerkers heel tevreden over hun directe chef, maar de overheidsmedewerkers zijn iets meer tevreden op dit punt.
Een opmerkelijke vaststelling is dat de werknemers van de openbare ziekenhuizen best tevreden zijn over werktijden en werkomstandigheden (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de federale politie).
De pluspunten in de ogen van de overheidsmedewerkers zijn over het algemeen de leer- en doorgroeimogelijkheden en de interne mobiliteit. De overheid doet het hier beter dan de privé. Vooral de militairen zijn best te spreken over deze aspecten. En merkwaardig genoeg: het minst enthousiast op deze punten zijn scholen en universiteiten.
In al haar verscheidenheid is de overheid dus een even goede werkgever als de privé in de ogen van de medewerkers. Al verschillen de bronnen van de tevredenheid zowel tussen overheid en privé als binnen de overheidssector als geheel.