Veel belangrijker dan het veelgebruikte werkgelegenheidsargument, stelt Smeets. “Subsidies om een buitenlandse investeerder binnen te halen, is een erg omslachtige manier om banen te creëren. Dat kan je met hetzelfde geld gemakkelijker voor elkaar krijgen.”
Alleen daar waar de markt faalt
Kennisdiffusie kan daarentegen wel een steekhoudend argument zijn voor de lokale, provinciale of nationale overheid om buitenlandse investeringen te stimuleren, concludeert Smeets. “Een bedrijf dat hier investeert, draagt kennis over aan het dochterbedrijf en steekt daar zelf ook het nodige van op. Op die meerwaarde wordt een overname- of fusiekandidaat onder andere uitgekozen. Daarnaast gaat het bedrijf relaties aan met lokale leveranciers en vraagt dan doorgaans om producten en diensten die iets meer of iets anders vergen dan ze tot dan toe leverden. Zo’n uitdaging, daar wordt een leverancier beter van. En de multinational ook – daarom hoeft de overheid dergelijke bedoelde kennisdiffusie dan ook niet te subsidiëren, want de multinational ziet daar zelf ook wel brood in.”
Onbedoelde kennisdiffusie
“Iets anders is onbedoelde kennisdiffusie. Dan moet je denken aan de uitdaging die de komst van de nieuweling vormt voor de lokale concurrenten: die zullen, als het goed is, beter gaan presteren. Onbedoelde kennisdiffusie is ook: dat het nieuwe bedrijf mensen opleidt, die vervolgens vertrekken en opgebouwde kennis meenemen naar de concurrent. Het risico daarop kan een investeerder zelfs tegenhouden.”
Tegenover dat financiële risico kunnen overheden wel wat stellen, meent Smeets. “Er zit een gat tussen het positieve kennisdiffusie-effect voor de lokale economie en het belang van de multinational, tussen het maatschappelijk rendement en het privaat rendement voor het bedrijf kun je ook zeggen. Daar faalt de markt en het valt goed te beargumenteren om daar – maar ook alleen daar – als overheid op in te grijpen.”
Geen protectionisme
Voor eigen land beveelt Nederlander Smeets aan: “Actief stimuleren van buitenlandse investeringen, daar dienen overheden voorzichtig mee te zijn. Want veel van de effecten die je mag verwachten, daar is geen overheidsbemoeienis voor nodig.”
Wat zeker niet nodig is, is de deur op slot gooien: “We moeten niet bang zijn voor de komst van multinationals, geen investeerders tegenhouden, niet de protectionistische toer opgaan. De overheid moet zorgen voor goede randvoorwaarden, waardoor ons land aantrekkelijk blijft voor buitenlandse investeerders: een goed opgeleide beroepsbevolking en een goede sociale, fysieke en digitale infrastructuur.”
Bron: Radboud Universiteit