In de media is recentelijk benadrukt dat pesterijen in bepaalde gevallen zelfs kunnen leiden tot strafvervolging en dit niet alleen van de daders, maar ook van de werkgever, indien deze manifest nalatig is geweest. In een recent arrest heeft het Hof van Cassatie een invulling gegeven van het strafrechtelijk begrip (in dat geval is er sprake van ‘belaging’), waarmee wordt verduidelijkt wanneer er al dan niet sprake is van een misdrijf.
Het misdrijf ‘belaging’
De case handelde over een werkneemster die meende het slachtoffer te zijn van pesterijen op het werk. Ze stelde dat ze onterecht negatieve evaluaties had gekregen, dat ze door haar overste bruusk (met geweld) aan de deur werd gezet en dat haar overste er ook voor gezorgd had dat haar tijdelijk contract niet verlengd werd. De betrokken werkneemster legde hiervoor een strafklacht neer tegen haar hiërarchische overste op grond van het misdrijf ‘belaging’.
‘Belaging’ wordt in het Strafwetboek omschreven als “het belagen van een persoon terwijl men wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van de betrokken persoon ernstig zou verstoren.” De Kamer van Inbeschuldigingstelling oordeelde in casu dat de rust van de werknemer wel degelijk werd verstoord, maar niet op een voldoende ernstige wijze, opdat de handelingen gekwalificeerd konden worden als belaging. Bijgevolg oordeelde de Kamer van Inbeschuldigingstelling dat de zaak niet verwezen moest worden naar de strafrechter – en dus dat de beweerde ‘dader’ niet diende te worden vervolgd.
‘Zonder redelijke verantwoording’
De werkneemster was het hiermee niet eens en tekende cassatieberoep aan tegen het arrest. Het Hof van Cassatie verduidelijkte dat het onvoldoende is dat het (beweerde) slachtoffer het gedrag van de hiërarchische overste zelf ervaren had als een verstoring van haar rust. Opdat er sprake zou kunnen zijn van ‘belaging’, is volgens het Hof van Cassatie vereist dat er sprake is van een objectief foutief gedrag, dat daarenboven doelbewust wordt gesteld om de rust van het slachtoffer ernstig te verstoren en dit zonder enige redelijke verantwoording.
Dit arrest van het Hof van Cassatie geeft een duidelijke invulling van het strafrechtelijk begrip ‘belaging’, waaruit blijkt dat niet elk geval van pesterijen op het werk vatbaar is voor strafvervolging. Het (burgerrechtelijk) begrip ‘pesterijen op het werk’ is immers veel ruimer geformuleerd, nu het volstaat dat er sprake is van een foutief gedrag dat als gevolg heeft dat het slachtoffer zich gekrenkt voelt, zonder dat de handelingen werkelijk met dit doel gesteld moeten worden.
Gelet op de interpretatie van het Hof van Cassatie, kan er van het misdrijf ‘belaging’ slechts sprake zijn indien er een intentioneel element aanwezig is in hoofde van de dader (of mededader). Handelingen en/of uitspraken die kwetsende gevolgen hebben voor een werknemer, zonder dat ze met dit doel werden gesteld, kunnen dus eventueel wel als ‘pesterijen op het werk’ worden beschouwd, maar niet als ‘belaging’ in de zin van het Strafwetboek.
Hof van Cassatie, 8 september 2010, N°P.10.0523.F