Deze verklaring moet in het arbeidsreglement worden opgenomen en is bepalend voor alle initiatieven die nadien genomen worden. Of een verdere concretisering van dit beleid in een tweede fase nodig is, zal afhangen van de inhoud van de beleids- of intentieverklaring en de concrete omstandigheden in de onderneming.
Testen kan
De cao bepaalt dat testen op alcohol of drugs voortaan kan op het werk, als onderdeel van een preventiebeleid. Dat testen kan, bijvoorbeeld, bestaan uit een ademtest, het meten van reacties, over een lijn lopen of zelfs het installeren van een alcoholslot in de wagen.
Bloed- of urinetesten kunnen niet.
Er zijn wel een pak voorwaarden verbonden aan het testen op alcohol of drugs op het werk. Zo moeten alle bedrijven een beleidsverklaring opstellen over hun alcohol- en drugsbeleid. Dat kan een minimale aanpak zijn – men laat het over aan het gezond verstand – of een maximale aanpak: een droogleggingsbeleid. Een vaste regel is alvast dat het voor iedereen in het bedrijf moet gelden.
Al in werking
De cao is al in werking getreden op 1 april 2009, maar de ondernemingen krijgen tot 1 april 2010 de tijd om een preventief alcohol- en drugsbeleid uit te werken of een bestaand beleid aan te passen aan de vereisten van de cao en de wetgeving.
De sociale partners stellen een informatiebrochure ter beschikking die een praktische leidraad is voor allen die in de ondernemingen betrokken zijn bij de uitwerking van het beleid.
De website van de Nationale Arbeidsraad (www.nar-cnt.be) bevat in de rubriek ‘Thema’s’ een dossier waarin de tekst van het advies nr. 1.655 van 10 oktober 2008 inzake de CAO, de tekst van de CAO nr. 100 zelf, en de leidraad kunnen geconsulteerd worden: klik hier.
Bron: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, De Morgen