Het koninklijk besluit kort samengevat: wanneer een medewerker voor een langere periode ziek is, onderzoekt de geneesheer van het ziekenfonds voortaan of die in aanmerking komt voor re-integratie. Is dat het geval, dan stelt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, in overleg met de werkgever en werknemer, een re-integratieplan op. De medewerker kan op een aangepast ritme en volgens de eigen mogelijkheden het werk hervatten.
Erkenning is de eerste stap
Met dit KB creëert de overheid voor het eerst een wettelijk kader om langdurig afwezige werknemers terug naar de werkvloer te begeleiden. Ze erkent daarmee dat langdurig werkverzuim een ernstig en groeiend maatschappelijk probleem is. Dat is goed nieuws voor alle betrokkenen – werknemer, werkgever en de maatschappij. Dat de procedure maatwerk biedt, is ook positief: vroeger hernam een medewerker zijn oude functie of bleef hij ziek thuis. Een middenweg bestond niet.
Dat maatwerk is in grote mate mogelijk dankzij de externe diensten: de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, die kind aan huis is op de werkvloer, beschikt over alle expertise om in te schatten hoeveel belasting de medewerker aankan. Bovendien kan hij een beroep doen op een multidisciplinair team van collega’s – psychologen, ergonomen, … – om de integratie van de langdurig zieke werknemer zo vlot mogelijk te laten verlopen.
What’s in it for me?
Tot daar het goede nieuws. Jammer genoeg ontbreekt er in het KB een cruciale schakel in het proces: responsabilisering. Het nieuwe systeem vergt heel wat kosten en inspanningen van zowel werknemer als werkgever: een re-integratieplan, een aangepast takenpakket en werkrooster, bijkomende interne en externe begeleiding, … Waarom zouden zij die inspanningen leveren als het hen geen tastbare voordelen oplevert? Of wanneer er geen resultaatsverbintenis aan is verbonden?
Wanneer een medewerker ziek is, valt die na een maand terug op een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Alles wat daarvoor nodig is, zijn correct ingevulde papieren. Het gevolg laat zich raden: werknemer en werkgever zullen snel geneigd zijn om te oordelen dat aangepast werk niet mogelijk is. De medewerker wordt dan ontslagen om medische redenen of valt terug op een uitkering van het ziekenfonds. Alle mooie intenties van het KB ten spijt.
Tijd voor het echte werk
Ook de nodige financiering ontbreekt in het nieuwe wettelijke kader. Een voorzichtige schatting leert dat elk dossier één dag extra werk meebrengt voor ziekenfonds en externe dienst. Wie betaalt daarvoor? De overheid of de werkgever? En hoe: contant of via het systeem van preventie-eenheden? De wetteksten reppen er met geen woord over.
Het KB is dus een verdienstelijke eerste stap in de goede richting, maar de echte harde noten moeten de sociale partners nog kraken. En laat de herfst daarvoor het ideale seizoen zijn.
■ De auteur, Roland Vanden Eede, is algemeen directeur van Mensura EDPB. Hij schreef deze tekst als lid van de adviesraad van HR Square.