< Terug naar overzicht

Aanvullend pensioen & overlijden: Informatie is van groot belang!

Een werknemer was tewerkgesteld bij zijn werkgever gedurende elf jaar en was aangesloten aan het aanvullende pensioenplan van die werkgever. Het aanvullend pensioenplan is een vaste bijdragenplan, in de vorm van een uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling. Dit type plan voorziet in een pensioenkapitaal dat wordt uitbetaald op de einddatum (pensionering), op voorwaarde dat de werknemer in kwestie op dat moment nog in leven is. De tewerkstelling van de werknemer bij de werkgever wordt beƫindigd en vijf jaar later sterft de werknemer in kwestie. Aangezien de werknemer na zijn uittreding (beƫindiging van de arbeidsovereenkomst) geen keuze heeft gemaakt en dus niet expliciet heeft gekozen voor een overlijdensdekking, hebben de begunstigden geen enkel recht op een overlijdenskapitaal.

Het is inderdaad zo dat in het geval van uittreding een aangeslotene (werknemer) wettelijk de volgende keuzemogelijkheden heeft:

  • Zijn aanvullend pensioen laten staan bij de pensioeninstelling, zonder enige wijziging;
  • Zijn aanvullend pensioen laten staan bij de pensioeninstelling, maar met een bijkomende overlijdensdekking. In dat geval moet de werknemer wel de kost van deze overlijdensdekking dragen. In deze zaak ging het bovendien om een daling van het kapitaal bij pensionering met 100.000 EUR in geval van keuze voor een overlijdensdekking;
  • Zijn aanvullend pensioen overdragen naar de zogenaamde onthaalstructuur;
  • Zijn aanvullend pensioen overdragen naar de pensioeninstelling van de nieuwe werkgever (indien hij wordt aangesloten aan het aanvullend pensioenplan van zijn nieuwe werkgever);
  • Zijn aanvullend pensioen overdragen naar een zogenaamde KB69-instelling;

Maakt iemand geen keuze, dan wordt men geacht zijn aanvullend pensioen te laten staan bij de pensioeninstelling zonder enige wijziging (dit is: zonder overlijdensdekking). De werkgever moet de werknemer informeren over deze mogelijkheden. De werkgever en de pensioeninstelling (hier: de verzekeraar) kunnen onderling echter afspreken dat de verzekeraar zal instaan voor deze informatieverplichting.

De erfgenamen (echtgenote en zoon) van de overleden werknemer stellen een vordering in tegenover de werkgever en de verzekeraar aangezien zij menen dat beiden de informatieverplichtingen ten aanzien van de overleden werknemer niet hebben nageleefd. Volgens de erfgenamen zou hij geen brief hebben ontvangen naar aanleiding van de uittreding. Had hij deze wel ontvangen dan zou de overleden werknemer, volgens de erfgenamen, wel voor een overlijdensdekking hebben gekozen.

De Nederlandstalige Arbeidsrechtbank van Brussel stelt in haar vonnis van 20 september 2021 dat de vordering gelinkt is aan de informatieverplichting bij uittreding en dat contractueel werd vastgelegd dat de verzekeraar hiervoor zou instaan. Aangezien de erfgenamen hiervan op de hoogte waren, werd de vordering onontvankelijk verklaard ten opzichte van de werkgever.

Vervolgens gaat de Arbeidsrechtbank na of de verzekeraar haar informatieverplichting al dan niet heeft nageleefd. Hierbij stelt de Arbeidsrechtbank dat diegene die de vordering instelt het bewijs moet leveren. Het is dus aan de erfgenamen om het bewijs te leveren dat de informatieverplichting niet werd nageleefd. De Arbeidsrechtbank oordeelt dat dit bewijs niet wordt geleverd omwille van de volgende reden:

  • De verklaring van de erfgenamen is onvoldoende, net als het feit dat twee andere ex-werknemers verklaren in dezelfde periode geen uittredingsbrief te hebben ontvangen;
  • De verzekeraar bewijst dat ze een uittredingsbrief heeft verstuurd, bij gewone brief, naar de betrokken werknemer. Bovendien bestaat er geen wettelijke of reglementaire verplichting om een uittredingsbrief aangetekend te versturen. Een gewone brief was dus voldoende;
  • De verzekeraar toont aan dat zij er als verzekeraar voordeel bij hadden gehad indien de werknemer in kwestie had gekozen voor een overlijdensdekking, aangezien het rendement dat ze dan nog zou moeten garanderen dan zou gedaald zijn van 3,25% naar 0,50%.

Dit heeft tot gevolg dat de erfgenamen geen overlijdenskapitaal kunnen genieten.

We zien steeds meer betwistingen in het kader van overlijdensdekkingen. Hierbij is de informatieverplichting van zeer groot belang. Werkgevers moeten in eerste instantie goed op de hoogte zijn wie moet instaan voor de informatieverplichting (de werkgever of de pensioeninstelling). Daarnaast is er inderdaad geen wettelijke verplichting om de informatiebrieven, met inbegrip van de uittredingsbrief te versturen via aangetekende brief, maar is het wel belangrijk dat de werkgever of de pensioeninstelling kan aantonen dat ze wel degelijk haar informatieverplichting heeft voldaan. Ook met overige communicatie naar aangeslotenen en nabestaanden van overleden aangeslotenen moet steeds omzichtig worden omgesprongen. Dergelijke brieven/e-mails worden gebruikt in geschillen voor de rechtbank.

Arbeidsrechtbank Brussel (NL) 20 september 2021, A.R. 20/897/A, onuitg.

Dorien Verstraeten
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen