< Terug naar overzicht

Absoluut nietige opzeg leidt niet automatisch tot een onmiddellijk ontslag

Wat is het gevolg als de werknemer zich na een absoluut nietige opzeg door de werkgever blijft verder gedragen alsof er geen onmiddellijk ontslag heeft plaatsgevonden? Het Arbeidshof van Antwerpen zet in een recent arrest de puntjes op de i.

De werkgever overhandigde een gewone brief van 15 februari 2013 aan de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen met een opzeggingstermijn van 9 maanden die zou ingaan op 1 april 2013. De arbeidsovereenkomst zou dan ook, behoudens eventuele schorsingen, effectief een einde nemen op 31 december 2013. De brief van 15 februari 2013 werd door de werknemer ondertekend voor ontvangst.

Opzeg uitgaande van de werkgever: de regels
Een werkgever kan overeenkomstig de Arbeidsovereenkomstenwet slechts op twee manieren een geldige opzeg geven: via een aangetekende brief of via een gerechtsdeurwaardersexploot. Een gewone brief die voor ontvangst wordt getekend, is dus geen geldige opzeg.

Over de sanctie die moet worden gekoppeld aan het niet naleven van de wijze van opzegging door de werkgever, is al veel inkt gevloeid. Het staat vast dat dit aanleiding geeft tot absolute nietigheid van de opzegging. Deze absolute nietigheid kan niet door de werknemer worden gedekt. Het ontslag zelf blijft – overeenkomstig rechtspraak van het Hof van Cassatie – overeind.

De logische daarop volgende vraag is of een werknemer die een nietige opzeggingstermijn presteert, zich nog kan beroepen op de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst, hetgeen juridisch beschouwd het rechtstreekse gevolg is van een absoluut nietige opzeg. Kan die werknemer met andere woorden afstand doen van de gevolgen van een absoluut nietige opzeg, namelijk het recht om de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst in te roepen?
Het Hof van Cassatie heeft reeds geoordeeld dat een werknemer zich binnen een redelijke termijn op de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet beroepen. Indien de werknemer dit niet doet, wordt aanvaard dat hij/zij afstand heeft gedaan van zijn/haar recht het onmiddellijk ontslag in te roepen. De arbeidsovereenkomst blijft dan voortduren tot ze op een andere manier wordt beëindigd.

Oordeel van het Arbeidshof van Antwerpen
Het Arbeidshof bevestigde dat de kennisgeving van de opzegging uitgaande van de werkgever door afgifte van een geschrift nietig is, zonder dat deze nietigheid het ontslag aantast. In lijn met rechtspraak van het Hof van Cassatie, maakt het Arbeidshof dus een onderscheid tussen de opzegging en het ontslag, waarbij de absolute nietigheid alleen de opzegging aantast.

Tevens oordeelde het Arbeidshof dat een werknemer binnen een redelijke termijn het onmiddellijk ontslag moet inroepen. Wordt het onmiddellijk ontslag binnen een redelijke termijn ingeroepen, dan zal de arbeidsovereenkomst voor wat de gevolgen ervan betreft, als beëindigd worden beschouwd op de dag dat de werknemer zich op die beëindiging beroept. Na een redelijke termijn kan aanvaard worden dat afstand werd gedaan van het recht onmiddellijk ontslag in te roepen.

In onderliggende zaak had de werknemer, noch de werkgever, binnen een redelijke termijn het onmiddellijk ontslag ingevolge de nietige opzegging ingeroepen, waardoor de arbeidsovereenkomst is verder blijven bestaan (weliswaar na een geldig ontslag). Dit werd overigens erkend door de werknemer.

De werknemer kon op geen enkele manier bewijzen dat de arbeidsovereenkomst, na de kennisgeving van de nietige opzegging, ingevolge een nieuwe eenzijdige beëindiging door de werkgever werd beëindigd.

Tevergeefs probeerde de werknemer aan de hand van de afgifte van het C4-formulier, het tewerkstellingsattest en het vakantieattest het bewijs te leveren dat de werkgever de arbeidsovereenkomst eenzijdig had beëindigd. De afgifte van het C4-formulier wijst dus niet noodzakelijk op een eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever.

Conclusie
Een werknemer die zich – na een absoluut nietige opzeg door de werkgever – wil beroepen op de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsoverkomst, moet dit doen binnen een redelijke termijn.

Om alle discussies over wat nu onder een ‘redelijke termijn’ moet worden begrepen te vermijden, blijft het als werkgever belangrijk om een opzeg te geven via een aangetekend schrijven (of via een gerechtsdeurwaardersexploot).

De latere afgifte van een aantal sociale documenten, waaronder het C4-formulier, geldt niet als bewijs van een nieuwe ontslagdaad. Zaligmakend is het arrest op dit punt evenwel niet: er is ook andersluidende rechtspraak die uit de afgifte van het C4-formulier wel degelijk een (nieuwe) ontslagbeslissing afleidt …. Voorzichtigheid geboden dus.

Bronnen: Arbh. Antwerpen 2 december 2020, Soc. Kron. 2021, 10 en Arbh. Brussel 26 januari 2018, AR 2016/AB/1010.

Geraldine Dierinck
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen