< Terug naar overzicht

Arbeidsmigratie: nieuwe inhoudelijke regels Vlaams Gewest vanaf 1 maart 2021

Op 8 februari 2021 werd het besluit (van 8 januari) van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers gepubliceerd. Deze nieuwe regels treden in werking op 1 maart 2021. Het Vlaams gewest wil meer flexibiliteit doorvoeren in zijn migratiebeleid, zodat werkgevers over een bredere waaier van mogelijkheden beschikken om derdelanders in Vlaanderen tewerk te stellen. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende.

Wijziging van de voorwaarden inzake wettig verblijf

Het algemene principe is dat een werknemer zich in het buitenland moet bevinden opdat een toelating tot arbeid kan worden afgeleverd. Op deze regel bestaan enkele uitzonderingen voor o.a. hooggeschoolde werknemers, waarvoor onder bepaalde voorwaarden wel een single permit kan worden aangevraagd vanuit een wettig verblijf in België.

De Vlaamse regering heeft in haar besluit van 8 januari 2021 de definitie van wettig verblijf aangepast aan de nieuwe voorwaarden van de federale regering. Derdelanders kunnen hierdoor enkel nog een aanvraag indienen vanuit een wettig kort verblijf of vanuit een lang verblijf als student of als onderzoeker. Voor andere categorieën van derdelanders in lang verblijf (zoals gezinsherenigers) zal het niet langer mogelijk zijn om een single permit aanvraag vanuit een verblijf in België in te dienen.

Bovendien zal het vanaf 1 maart 2021 ook mogelijk zijn om een toelating tot arbeid aan te vragen voor een knelpuntberoep vanuit een wettig verblijf in België en niet enkel wanneer de werknemer nog in het buitenland is. Deze versoepeling geldt niet voor functies waarvoor er geen vermoeden van structureel tekort aan arbeidskrachten op de Vlaamse arbeidsmarkt geldt (en waarvoor dus een individueel arbeidsmarktonderzoek moet worden uitgevoerd), die nog steeds niet vanuit een verblijf in België kunnen worden ingediend.

Arbeidskaart voor periode van maximum 90 dagen binnen periode van 180 dagen

Vandaag kunnen derdelanders enkel een arbeidskaart aanvragen voor een aaneensluitende tewerkstellingsperiode in België van maximum 90 dagen.

Vanaf 1 maart 2021 is het niet langer noodzakelijk dat dit een aaneensluitende periode van 90 dagen betreft. Het mag ook gaan om een tewerkstelling van maximum 90 dagen binnen een periode van 180 dagen. Deze wijziging zal derdelanders toelaten om verschillende keren op en af te reizen in de Schengen-zone om professionele redenen.

Informatieverplichtingen bij beëindiging arbeidsovereenkomst en wijziging arbeidsvoorwaarden

De werkgever moet op heden de bevoegde overheid verwittigen bij een verbreking van de arbeidsovereenkomst en moet bij elke betekenisvolle wijziging van de arbeidsvoorwaarden die gevolgen heeft voor de geldigheid van de toelating tot arbeid, een nieuwe toelating tot arbeid aanvragen.

Vanaf 1 maart 2021 zal het voor de werkgever volstaan om, gedurende de geldigheid van de toelating tot arbeid van bepaalde duur, de bevoegde overheid te verwittigen ingeval van verbreking van de arbeidsovereenkomst of bij elke betekenisvolle wijziging van de arbeidsvoorwaarden die gevolgen kan hebben voor de geldigheid van de toelating. Vervolgens is het de taak van de bevoegde overheid om binnen de 15 dagen mee te delen of er een nieuwe toelating tot arbeid moet worden aangevraagd.

Specifiëren van de regels rond hernieuwing

Vanaf 1 maart 2021 zal een aanvraag tot hernieuwing niet langer automatisch worden toegestaan, maar zal deze getoetst worden aan de geldende criteria inzake toelating tot arbeid. Op deze regel wordt in een uitzondering voorzien voor werknemers die een toelating tot arbeid hebben verkregen op basis van een knelpuntberoep of een individueel arbeidsmarktonderzoek. Voor deze werknemers zal bij een aanvraag tot hernieuwing van de arbeidskaart of de single permit geen toetsing aan de lijst van knelpuntberoepen of arbeidsmarktonderzoek meer moeten gebeuren, hetgeen de continuïteit van hun tewerkstelling ten goede komt.

Verduidelijking van de vereiste van Vlaamse gebruiker ingeval van detachering

Het Vlaams gewest verduidelijkt ook dat een toelating tot arbeid enkel nog kan worden afgeleverd wanneer een werkgever of, ingeval van detachering, een ‘gebruiker’, een maatschappelijke zetel of een vestigingseenheid heeft in het Vlaams Gewest. Als uitzondering hierop kan toch nog een toelating worden afgeleverd wanneer de werknemer onderworpen is aan Belgische sociale zekerheid.

Met deze wijziging wil het Vlaams Gewest uitsluiten dat een werknemer door zijn buitenlandse werkgever, naar Vlaanderen wordt gedetacheerd, zonder dat er een Belgische gebruiker is.

Actualisering van de VanderElst-vrijstelling

Ten gevolge van de actualisering van de VanderElst-vrijstelling, waarbij derdelanders in België vrijgesteld zijn van een arbeidskaart indien een aantal voorwaarden is vervuld, zullen ook Europese uitzendkantoren hun buitenlandse uitzendkrachten tijdelijk naar het Vlaams gewest kunnen detacheren zonder toelating tot arbeid indien aan een aantal voorwaarden is voldaan (uiteraard eveneens mits naleving van de Vlaamse regelgeving inzake uitzendarbeid).

Via deze wijziging past het Vlaams gewest zich aan aan de Europese rechtspraak inzake vrije dienstverrichting en het gebruik van uitzendkrachten binnen Europa.

Actualisering van de weigeringsgronden

Bovendien worden de bestaande weigeringsgronden opgesplitst in een deel verplichte weigeringsgronden en een deel facultatieve weigeringsgronden.

Vrijstelling opleiding uitgebreid

Tevens wordt de vrijstelling of toelating tot arbeid voor het volgen van een opleiding op een Belgische zetel van een multinationale groep uitgebreid tot het geven van een opleiding.

Renée Vandekendelaere
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen