< Terug naar overzicht

Beëindiging wegens overmacht: wanneer moet definitief karakter van overmacht worden beoordeeld?

Stel dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer door een onvoorziene gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van de werknemer en/of de werkgever niet langer kan worden uitgevoerd. Vanaf wanneer kan deze arbeidsovereenkomst dan beëindigd worden wegens overmacht en dus zonder opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding?

Artikel 32, 5° van de Arbeidsovereenkomstenwet stelt uitdrukkelijk dat arbeidsovereenkomsten een einde kunnen nemen door overmacht. Het moet daarbij echter wel om overmacht met definitieve gevolgen gaan. Overmacht met tijdelijke gevolgen, zelfs indien deze langdurig van aard zijn, schorsen immers enkel de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

In het arbeidsrecht is de definitieve arbeidsongeschiktheid wellicht de meest gekende (en toegepaste) vorm van overmacht. Ook in andere situaties kunnen partijen zich echter beroepen op overmacht met definitieve gevolgen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen zonder opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding. Dit werd ook bevestigd door de Nederlandstalige Arbeidsrechtbank Brussel in een vonnis van 23 november 2018.

In deze zaak bestond er tussen de partijen geen discussie over het feit dat het niet-verlengen van een toegangsbadge van een werknemer die werd tewerkgesteld op een Belgische luchthaven, na een negatieve veiligheidsverificatie door de Nationale Veiligheidsoverheid, een geval van overmacht uitmaakt dat kan worden ingeroepen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De partijen waren het echter wel fundamenteel oneens over het ogenblik waarop dit feit als overmacht kon worden ingeroepen.

Ogenblik waarop overmacht wordt ingeroepen is doorslaggevend

Terwijl de werkgever meende dat hij zich op overmacht kon beroepen op het ogenblik dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst definitief onmogelijk was geworden ingevolge de negatieve veiligheidsbeslissing van de Nationale Veiligheidsoverheid, was de werknemer van mening dat er op dat ogenblik nog geen sprake kon zijn van een definitieve beslissing aangezien hij nog de mogelijkheid had om beroep aan te tekenen bij het aangewezen beroepsorgaan.
In voormeld vonnis treedt de rechter het standpunt van de werkgever bij. Hiervoor verwijst de rechter naar onder meer rechtsleer die stelt dat het definitieve karakter van de overmacht niet beoordeeld moet worden op het ogenblik waarop de gebeurtenis die de overmacht veroorzaakt zich voordoet, maar wel op het moment waarop iemand zich op de overmacht beroept om de niet-uitvoering van zijn verbintenissen te rechtvaardigen.
Toegepast op de concrete feiten in het dossier stelde de rechter dat hoewel aangenomen kan worden dat lopende de veiligheidsverificatie (na het verval van een eerdere toegangsbadge), er sprake was van overmacht met tijdelijke gevolgen, dit niet meer het geval was vanaf het moment dat de veiligheidsverificatie werd afgerond.
De negatieve veiligheidsverificatie had immers onmiddellijk tot het gevolg dat de badge werd geweigerd en dit zonder enige beperking in de tijd en zonder dat er enige onzekerheid bestond over de onmogelijkheid tot uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

Latere gebeurtennissen zijn irrelevant

Het feit dat de werknemer nog de mogelijkheid had om beroep aan te tekenen tegen de negatieve veiligheidsverificatie en dat hij dit een dag na de beëindiging door de werkgever ook effectief heeft gedaan, verandert hier volgens de rechter niets aan omdat de arbeidsovereenkomst op dat moment immers reeds definitief een einde had genomen. Bovendien heeft een dergelijk beroep ook geen schorsende werking, zodat de negatieve veiligheidsverificatie in ieder geval onmiddellijke gevolgen heeft.

Afwijkende wettelijke bepaling bij definitieve arbeidsongeschiktheid

In afwijking van hogervermelde principes inzake overmacht, bepaalt artikel 34 van de Arbeidsovereenkomstenwet uitdrukkelijk dat overmacht wegens definitieve arbeidsongeschiktheid pas kan worden ingeroepen nadat het re-integratietraject van de werknemer volledig is beëindigd en dus pas nadat de beroepsmogelijkheden voor de werknemer uitgeput zijn.

Nederlandstalige Arbeidsrechtbank Brussel, 23 november 2018, A.R. 17/1895/A. Dit vonnis is definitief.
Anne Wils, advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen