< Terug naar overzicht

Behoudt een bediende het recht op gewaarborgd loon wanneer de periode van arbeidsongeschikt wegens ziekte samenvalt met de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht?

De arbeidsovereenkomst van een bediende werd op 12 februari 2020 door de werkgever beëindigd met een opzeggingstermijn. Gedurende de opzeggingstermijn was de bediende arbeidsongeschikt geworden wegens ziekte en dit van 9 maart 2020 tot en met 29 maart 2020.

Op basis van artikel 70 van de Arbeidsovereenkomstenwet behoudt een bediende het recht op loon gedurende de eerste dertig dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. De werkgever in kwestie betaalde daarentegen slechts het gewaarborgd loon uit voor de periode van 9 maart 2020 tot en met 12 maart 2020. Voor de overige dagen meende de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd te zijn, omdat de bediende vanaf 13 maart 2020 in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht werd geplaatst ten gevolge van de coronapandemie en dus recht had op tijdelijke werkloosheidsuitkeringen.

De werkgever verwees in dit verband naar het standpunt van de FOD WASO en het RIZIV en lichtte toe dat:

- de FOD WASO stelde dat er voor de samenvallende dagen van arbeidsongeschiktheid en tijdelijke werkloosheid geen verplichting meer was tot het verder uitbetalen van het gewaarborgd loon. De FOD WASO baseerde zich hiervoor op de parlementaire voorbereiding van de Arbeidsovereenkomstenwet; en
- het RIZIV bevestigd had dat een arbeidsongeschikte bediende ziekte-uitkeringen ontvangt vanaf de eerste dag tijdelijke werkloosheid wegens overmacht die tijdens de periode van loonwaarborg valt en de bediende dus een gegarandeerd vervangingsinkomen had.

De bediende stelde de werkgever vervolgens in gebreke om het gewaarborgd loon voor de periode van 13 maart tot en met 29 maart 2020 te betalen.

De parlementaire voorbereiding van de Arbeidsovereenkomstenwet waarop de FOD WASO zich steunt, heeft betrekking op artikel 56 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Overeenkomstig voormeld artikel 56 heeft een arbeider tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid enkel recht op gewaarborgd loon voor de dagen van gewone activiteit waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op loon, indien hij niet in de onmogelijkheid had verkeerd om te werken. Wanneer de arbeidsovereenkomst van een arbeider dus gelijktijdig geschorst is wegens arbeidsongeschiktheid en tijdelijke overmacht, heeft deze geen recht op gewaarborgd loon.

De bediende argumenteerde dat de regeling voor arbeiders in artikel 56 van de Arbeidsovereenkomstenwet niet naar analogie kon toegepast worden op bedienden. Zij verwees hierbij naar artikel 70 van de Arbeidsovereenkomstenwet dat stelt dat een bediende het recht op loon behoudt gedurende de eerste dertig dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. Zij voegde daaraan toe dat het daarbij niet uitmaakt of een periode van arbeidsongeschiktheid samenvalt met een periode van tijdelijke overmacht.

Bovendien meende de bediende dat haar werkgever de coronacrisis abusievelijk had ingeroepen als overmacht, omdat het personeel van de werkgever was blijven doorwerken tijdens de coronacrisis. Door haar mee te delen dat zij een werkloosheidsuitkering moest aanvragen, had de werkgever volgens de bediende getracht om de financiële kost van het gewaarborgd loon af te wentelen op de sociale zekerheid.

De zaak werd vervolgens aanhangig gemaakt bij de arbeidsrechtbank van Antwerpen. De rechtbank oordeelde als volgt:

- Zowel arbeidsongeschiktheid wegens ziekte als tijdelijke overmacht schorsen de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Bij samenloop van twee schorsingsoorzaken moet er volgens de arbeidsrechtbank gekeken worden naar de oorzaak die zich in de tijd het eerst heeft voorgedaan. Oorzaken die zich daarna voordoen zijn zonder belang. Vermits de arbeidsongeschiktheid zich als eerste schorsingsoorzaak in de tijd voordeed, is de werkgever het gewaarborgd loon verschuldigd en is het recht op werkloosheidsuitkeringen wegens tijdelijke overmacht niet aan de orde.
- Artikel 56 van de Arbeidsovereenkomstenwet, dat van toepassing is op arbeiders, kan inderdaad niet naar analogie worden toegepast op bedienden. Op grond van artikel 70 van de Arbeidsovereenkomstenwet heeft een bediende recht op het gewaarborgd loon gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. Het maakt daarbij niet uit dat de periode van arbeidsongeschiktheid samenvalt met een periode van tijdelijke overmacht.

Bijgevolg werd de werkgever veroordeeld tot de betaling van het gewaarborgd loon voor de periode van 13 maart 2020 tot en met 29 maart 2020.

Renée Vandekendelaere
Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen