< Terug naar overzicht

Betwisting functieclassificatie: werknemer draagt bewijslast

Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst komt het vaak voor dat de werknemer beweert dat hij/zij moest worden ingeschaald in een hogere loonklasse en de werkgever geconfronteerd wordt met een vordering tot een aanvullende opzeggingsvergoeding, achterstallig loon en het vakantiegeld op achterstallig loon. Maar wie draagt nu de bewijslast?

De arbeidsrechtbank van Gent, afdeling Ieper, sprak zich hierover uit. Een werkneemster werd in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur en daarna met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. In deze arbeidsovereenkomsten werd er een andere functie vermeld: de arbeidsovereenkomst van bepaalde duur vermeldde een functie, die correspondeerde met een hogere loonklasse dan de functie opgenomen in de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur.

De arbeidsovereenkomst werd beëindigd door de werkgever en de werkneemster vorderde een aanvullende verbrekingsvergoeding, achterstallig loon en het vakantiegeld op het achterstallig loon op grond van de functie vermeld in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur. Zij meende dat zij in een hogere loonklasse moest zijn ingeschaald.

Bij tussenvonnis stelde de arbeidsrechtbank vast dat het verschil qua sectorale omschrijving van de taken bij beide functies in ieder geval beperkt was en het onderscheid in de praktijk niet gemakkelijk te maken was, aangezien er sprake was van overlapping van bepaalde taken in de sectorale omschrijving van beide functies. De arbeidsrechtbank bevestigde uitdrukkelijk dat het aan de werkneemster was om haar vordering te bewijzen en dus aan te tonen dat zij een andere functie uitoefende conform de toepasselijke sectorale bepalingen. Omdat de versies van partijen met betrekking tot de specifieke taken van de werkneemster sterk van elkaar verschilden en de arbeidsrechtbank op basis hiervan geen uitsluitsel kon geven, beval zij getuigenverhoor, om de werkneemster de mogelijkheid te geven het bewijs te leveren van haar concrete takenpakket bij werkgever. Uiteindelijk bezorgde de werkneemster een lijst van getuigen aan de arbeidsrechtbank, doch laattijdig.

In haar eindvonnis meende de arbeidsrechtbank dat de werkneemster ruimschoots de tijd had om de lijst van getuigen tijdig over te maken, maar zij op dat vlak geen inspanningen had geleverd en dus nalatig is geweest. De arbeidsrechtbank stelde dat de lijst met namen van getuigen niet met de laatste conclusie van werkneemster werd neergelegd (en zelfs niet opgenomen was in de inventaris bij de laatste conclusie van werkneemster). Hierdoor moest het stuk uit de debatten worden geweerd en kon de rechtbank er geen rekening mee houden. Zij oordeelde dan ook terecht dat de werkneemster haar mogelijkheid tot een getuigenverhoor had verbeurd.

De arbeidsrechtbank oordeelde voorts dat de werkneemster niet aantoonde dat haar werkelijke takenpakket in ernstige mate afweek van de sectorale functieomschrijving (waarin ze was ingeschaald) en eerder zou overeenstemmen met een andere sectorale functieomschrijving. De arbeidsrechtbank verwees hiervoor naar volgende feiten.

  • Dat de interne benaming van haar functie niets zegt over het onderliggende takenpakket.
  • Dat de werkneemster niet aantoonde dat de takenlijst die zij voorlegde een document is dat uitgaat van de werkgever en/of de weerspiegeling vormt van het overeengekomen takenpakket.
  • Dat de werkneemster niet het bewijs leverde dat de toelichting die de werkgever in de conclusies gaf niet met de werkelijkheid overeenstemde.
  • Dat het diploma van werkneemster niets zegt over de concrete inhoud van haar functie bij werkgever.

De vorderingen van de werkneemster werden bijgevolg door de arbeidsrechtbank afgewezen als ongegrond.
Uit dit vonnis blijkt aldus duidelijk dat de werknemer de bewijslast draagt van zijn/haar werkelijke takenpakket bij de werkgever, wanneer hij hij/zij aanvoert dat de werkgever hem/haar in een verkeerde functie zou hebben ingeschaald.

Arbeidsrechtbank Gent (afdeling Ieper) 23 maart 2018, 17/58/A, onuitgeg.
Arbeidsrechtbank Gent (afdeling Ieper) 11 januari 2019, 17/58/A, onuitgeg.

Amélie Desmadryl
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen