< Terug naar overzicht

De (ir)relevantie van getuigenverklaringen bij een dringende reden

In een recent arrest sprak het Arbeidshof van Antwerpen zich uit over een zaak waarin een werknemer een dringende reden had ingeroepen ten aanzien van zijn werkgever. In dit arrest hervormde het Arbeidshof de beslissing van de eerste rechter, die van oordeel was dat de ingeroepen dringende reden gerechtvaardigd kon worden.

Dit gaat over een zaak tussen een professionele wielrenner en diens werkgever, waarbij de partijen tal van meningsverschillen hadden over onder meer de wederzijdse verplichtingen, het gebruikte fietsmateriaal en de omkadering binnen de ploeg. Verschillende teamleden stapten daarbij op of werden ontslagen.

Nadat de wielrenner er vervolgens kennis van had gekregen dat de werkgever aan zijn coach had gevraagd om een naar eigen zeggen valse verklaring af te leggen die bezwarend was voor de wielrenner, heeft hij zijn cartouche afgeschoten door de arbeidsovereenkomst te beëindigen omwille van een dringende reden in hoofde van zijn wielerploeg.

Volgens het Arbeidshof is de essentiële vraag in deze zaak of de werkgever de coach van de wielrenner gevraagd had om iets op papier te zetten dat niet met de waarheid strookte en of de coach al dan niet onder druk werd gezet.
In zijn beoordeling van deze vraag heeft het Arbeidshof tal van getuigenverklaringen in aanmerking genomen die vooral door de werkgever werden bijgebracht en die door de eerste rechter integraal terzijde waren geschoven.

Verwijzend naar het beginsel van de ‘vrije bewijswaarde’ (waarbij de rechter soeverein oordeelt over de bewijswaarde van o.m. getuigenissen) meent het Arbeidshof dat voor de verklaring van de coach de meeste geloofwaardigheid moet worden gehecht aan de e-mail die hij in tempore non suspecto verstuurde.

Naar het oordeel van het Arbeidshof moet de geloofwaardigheid en objectiviteit van de in de loop van de procedure nog bijgebrachte uitgebreidere verklaringen van de coach – die de ingeroepen reden kracht bij zette – genuanceerd worden.

In samenlezing met de andere getuigenverklaringen die de werkgever bijbracht en waaruit bleek dat de coach ten overstaan van verschillende personen had aangegeven dat er niet meer samen te werken viel met de wielrenner, besloot het Arbeidshof dat de werkgever niet verweten kan worden dat er aan de coach werd gevraagd om op papier te zetten dat hij de samenwerking wou stoppen omwille van samenwerkingsproblemen met de wielrenner.

Het Arbeidshof trad de eerste rechter dus niet bij omdat het niet bewezen achtte dat de werkgever de intentie had de coach een verklaring te laten afleggen die niet strookte met de werkelijkheid, noch de intentie had de coach onder ongeoorloofde druk te zetten.

Het Arbeidshof stak de werknemer bijgevolg stokken in de wielen door te oordelen dat de werkgever geen fout verweten kon worden zodat de door de wielrenner ingeroepen dringende reden niet kon worden aanvaard.

Opmerkelijk is ook dat het Arbeidshof niet inging op het getuigenaanbod van de wielrenner omdat de inhoud van het bewijsaanbod volgens het Hof niet strookte met de inhoud van de kennisgeving van de dringende reden. Het Arbeidshof stelde in dat verband uitdrukkelijk dat de wielrenner voormelde vraag van de werkgever aan de coach buiten alle proporties opblies door gebruik te maken van beladen terminologie over chantage en valsheid.

Arrest Arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, Kamer 2, 2020/AA/168, 9 juni 2021.

Anne Wils
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen