< Terug naar overzicht

De kwalificatie van wachtdiensten als arbeidstijd

In een arrest van 9 maart 2021 sprak het Hof van Justitie van de Europese Unie zich andermaal uit over de vraag of wachtdiensten al dan niet en onder welke voorwaarden moeten gekwalificeerd worden als arbeidstijd. Het Hof bevestigde de eerder ingenomen standpunten, maar verduidelijkt dat ‘organisatorische moeilijkheden’ die het gevolg zijn van de vrije keuze van de werknemer of van natuurlijke omstandigheden niet relevant zijn voor de kwalificatie als arbeidstijd.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie boog zich in het verleden meermaals over de vraag naar de kwalificatie van wachtdiensten. In eerdere arresten verduidelijkte het Hof dat wachtdiensten waarbij de werknemer permanent bereikbaar moet zijn, enkel integraal arbeidstijd vormen wanneer aan de werknemer zodanige beperkingen worden opgelegd dat hij objectief en aanzienlijk wordt beperkt in zijn mogelijkheden om tijdens die dienst zijn vrije tijd vrij in te vullen.

In zijn recentste arrest over deze materie lichtte het Hof verder de concrete modaliteiten toe die in aanmerking moeten worden genomen bij het beoordelen van de mate waarin een werknemer vrij zijn tijd kan besteden.
In deze zaak ging het over een technicus die instond voor de controle van een zendstation in de Sloveense bergen. De werknemer moest naast zijn gewone arbeidstijd tijdens zogenaamde wachtdiensten permanent bereikbaar zijn.
De werknemer was echter vrij om gedurende deze periodes van wachtdienst het zendstation te verlaten, maar moest bij oproep bereikbaar zijn en zo nodig binnen het uur op zijn werkplek kunnen arriveren. Alleen dringende taken moesten onmiddellijk worden verricht, de overige mochten de volgende dag worden uitgevoerd.

Door de aard van het werk, de afstand tussen de zendstations en de woonplaats en de moeilijke toegankelijkheid van het zendstation was de werknemer in de praktijk evenwel verplicht op zijn arbeidsplaats (het zendstation) te blijven om zodoende binnen het uur te kunnen aanwezig zijn in het zendstation.
In deze context was de werknemer van oordeel dat de wachtdiensten eveneens integraal als arbeidstijd moesten gekwalificeerd worden.

Zonder zich uit te spreken over de grond van de zaak, stelde het Hof dat dergelijke omstandigheden ‘organisatorische moeilijkheden’ uitmaken en geen door de werkgever opgelegde beperkingen, en zodoende irrelevant zijn voor de beoordeling van de wachtdienst als arbeidstijd.
Zo argumenteerde het Hof vooreerst dat de grote afstand tussen het door de werknemer vrij gekozen domicilie en de plaats die hij tijdens zijn wachtdienst binnen een bepaald tijdsbestek moet kunnen bereiken op zich geen relevant criterium is om de wachtdienst integraal als arbeidstijd aan te merken.
Het Hof stelde ook dat het feit dat er weinig vrijetijdsactiviteiten zijn in de zone die de werknemer in de praktijk niet kan verlaten tijdens een wachtdienst irrelevant is voor de vraag of die wachtdienst als arbeidstijd moet worden beschouwd.

In dit arrest bevestigde het Hof zijn vaststaande rechtspraak dat de feitelijke omstandigheden van de zaak en in het bijzonder de beperkingen om de vrije tijd in te vullen, doorslaggevend zijn voor de herkwalificatie van een wachtdienst als arbeidstijd. Het verduidelijkte echter dat ‘organisatorische moeilijkheden’ in dit kader niet relevant zijn voor de kwalificatie als arbeidstijd.

HvJ 9 maart 2021, C-344/19, D.J. / Radiotelevizija Slovenija
Toon Smets
Medewerker Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen