< Terug naar overzicht

Detachering veronderstelt een voldoende nauwe band met het grondgebied

Op 1 december 2020 heeft het Europese Hof van Justitie in de zaak Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) een belangrijke uitspraak gedaan over de toepassing van de Detacheringsrichtlijn op zeer mobiele werknemers, meer bepaald vrachtwagenchauffeurs. Binnen het internationaal transportconcern Van den Bosch leverden een Duitse en Hongaarse transportonderneming diensten aan hun Nederlandse zusteronderneming. Het vervoer dat in het kader van deze dienstverlening door de werknemers van de Duitse en Hongaarse transportonderneming werd verricht, vond hoofdzakelijk plaats buiten Nederland. Het traject van de chauffeurs begon en eindigde echter doorgaans in Nederland. Wat is er aan de hand?

De Nederlandse vakbond FNV sleepte het concern voor de rechter omwille een inbreuk op de arbeidsvoorwaarden die van toepassing zijn op gedetacheerde werknemers (Cao Goederenvervoer). In het kader van de juridische procedure werd uiteindelijk een aantal prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

De centrale vraag luidde als volgt: “Wanneer is er sprake van een detachering op het grondgebied van een andere lidstaat?” Het is niet de eerste keer dat het Hof met deze vraag wordt geconfronteerd. Een overzicht is aan de orde.

De alfaversie: het arrest Dobersberger

Op 19 december 2019 velde het Hof van Justitie het opmerkelijke Dobersberger-arrest (zie vorig HR Square-artikel van 7 februari 2020). Het Hof oordeelde immers dat een werknemer niet op het grondgebied van een lidstaat kan worden gedetacheerd indien de uitoefening van zijn werkzaamheden geen voldoende band vertoont met dat grondgebied.

Het concept van de ‘voldoende nauwe band’ werd hierdoor voor het eerst in de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie als voorwaarde van een detachering ingevoerd.

De betaversie: het arrest Federatie Nederlandse Vakbeweging

In het arrest Federatie Nederlandse Vakbeweging bouwt het Hof verder op haar uitspraak in het arrest Dobersberger.
Belangrijk is dat het Europese Hof van Justitie vooreerst bevestigt dat de Detacheringsrichtlijn wel degelijk van toepassing is op de sector van het wegvervoer.
Voorts wordt de invulling van het concept van de ‘nauwe band’ verduidelijkt.
Bij de beoordeling van ‘de voldoende nauwe band’ moet er volgens het Hof rekening worden gehouden met (1) de kenmerken van de dienstverrichting waarvoor de werknemer in kwestie wordt ingezet en (2) de aard van de werkzaamheden die de betrokken werknemer op het grondgebied verricht.
Specifiek voor chauffeurs werkzaam in het internationaal vervoer moet ook rekening worden gehouden met (3) de mate waarin de werkzaamheden van die werknemer verband houden met het grondgebied en (4) het aandeel van de werkzaamheden op het grondgebied in de dienstverrichting als geheel.

Zo ontbreekt dergelijke band indien een chauffeur in het kader van goederenvervoer over de weg slechts op doorreis is op het grondgebied van een lidstaat. Ook het feit dat een chauffeur die werkzaam is in het internationaal vervoer en door een in een lidstaat gevestigde onderneming ter beschikking is gesteld van een in een andere lidstaat gevestigde onderneming, de instructies voor zijn opdrachten ontvangt, deze opdrachten begint of beëindigt op het hoofdkantoor van de tweede onderneming is volgens het Hof op zich ontoereikend indien het werk dat de chauffeur op basis van andere factoren geen voldoende nauwe band vertoont met dat grondgebied.

Het uitvoeren van cabotage activiteiten op het grondgebied van een lidstaat – ongeacht de duur van deze activiteiten – wijst volgens het Hof dan weer automatisch op het bestaan van een voldoende nauwe band.

De leer van de nauwe band zorgt voor een grijze zone maar biedt toch enigszins een houvast bij de bepaling van de rechtspositie van zeer mobiele werknemers.

Ten slotte verduidelijkte het Europese Hof van Justitie dat de vraag of een collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend is verklaard moet worden beantwoord op basis van het toepasselijke nationale recht. Meer bepaald voldoet volgens het Hof een collectieve arbeidsovereenkomst die niet algemeen verbindend werd verklaard maar die door de onder die collectieve arbeidsovereenkomst vallende onderneming moet worden nageleefd om vrijstelling te verkrijgen van een andere collectieve arbeidsovereenkomst die wel algemeen verbindend werd verklaard en waarvan de bepalingen in essentie gelijkluidend zijn aan de bepalingen van die andere collectieve arbeidsovereenkomst, aan dit begrip.

HvJ 1 december 2020, nr. C-815/18, ECLI:EU:C:2020:976, Federatie Nederlandse Vakbeweging.

Simon Albers
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen