< Terug naar overzicht

Doodsbedreiging met professionele gsm buiten de werkuren naar een privékennis: dringende reden of niet?

In principe kunnen feiten die zich buiten de werkuren voordoen in het privéleven van de werknemer geen aanleiding geven tot een ontslag om dringende reden. Anders is het wanneer deze feiten niet vreemd zijn aan de arbeidsrelatie en gevolgen kunnen hebben voor de verdere uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Dit werd recent bevestigd door het Franstalige Arbeidshof van Brussel. Los daarvan konden de feiten volgens het Arbeidshof in dit geval niet aanzien worden als volledig kaderend buiten de professionele sfeer omdat deze werden gepleegd met de professionele gsm van de werknemer.

In de voorliggende casus had een werknemer buiten de werkuren doodsbedreigingen ingesproken op de voicemail van een privékennis. De werknemer maakte hiervoor gebruik van zijn bedrijf-gsm, hoewel dit toestel enkel voor professionele doeleinden mocht worden gebruikt. De persoon die bedreigd werd, kon het nummer achterhalen en nam contact op met de werkgever.

De werkgever kreeg het voicemailbericht te horen en herkende de stem van de betrokken werknemer. Initieel ontkende de werknemer de feiten, maar later gaf hij toch toe de doodsbedreigingen te hebben geuit. Ook erkende hij hiervoor de bedrijf-gsm te hebben gebruikt.

Voor de werkgever leidden deze feiten tot een onherstelbare vertrouwensbreuk, gelet op de functie van de werknemer. Deze was immers verantwoordelijke bij de werkgever, die instond voor de verhuur en exploitatie van een sociale tuinwijk. Gezien de werknemer fungeerde als contactpersoon tussen het management en zowel de tuinmannen als de sociale huurders, moesten werkgever en werknemer in volledige transparantie en vertrouwen kunnen samenwerken. De door de werknemer gepleegde feiten waren naar het oordeel van de werkgever evenwel volledig in strijd met deze waarden. De werkgever ging over tot het ontslag om dringende reden van de werknemer.

Nadat de arbeidsrechtbank had geoordeeld dat het ontslag om dringende reden volledig gerechtvaardigd was, tekende de werknemer hoger beroep aan. Volgens de werknemer was de ernst van de door hem erkende fout niet dusdanig dat ze zijn ontslag om dringende rechtvaardigde. De arbeidsrechtbank zou in haar beoordeling onder meer geen rekening hebben gehouden met de omstandigheid dat de doodsbedreigingen werden geuit in een coup de colère, dat de werknemer nooit eerder een waarschuwing had gekregen, dat de neergelegde klacht van de privékennis inzake de doodsbedreigingen werd geseponeerd en dat de oproepen gebeurden buiten de werkuren.

Het Arbeidshof van Brussel schaarde zich niet achter de argumenten van de werknemer en bevestigde dat het ontslag om dringende reden gerechtvaardigd was. Het beklemtoonde in zijn arrest dat de oproepen van de werknemer weliswaar buiten de werkuren plaatsvonden, maar dat deze niettemin werden gevoerd met een door de werkgever ter beschikking gestelde gsm die uitsluitend voor professionele doeleinden mocht worden gebruikt. Hierdoor konden de feiten niet beschouwd worden als volledig kaderend buiten de professionele sfeer, ook al waren de oproepen gericht aan een extern persoon. Het Arbeidshof ging verder en stelde dat de aard van de fout er overigens niet toe doet. In dat verband verwees het naar een arrest van het Hof van Cassatie van 9 maart 1987 waarin werd geoordeeld dat artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet “niet vereist dat de ernstige tekortkoming van contractuele aard is (...) het volstaat dat de gedraging van de werknemer een zodanige ernstige tekortkoming uitmaakt dat zij de voortzetting van de arbeidsrelatie onmiddellijk en definitief verhindert".

Dus stelde zich volgens het Arbeidshof de loutere vraag of de tekortkoming – die niet werd betwist door de werknemer – van die aard was dat zij het voortzetten van de arbeidsrelatie onmogelijk maakte.
Het Arbeidshof meende dat dit wel degelijk het geval was. Oproepen waarin doodsbedreigingen worden geuit, zijn ernstige feiten uit waarvan terecht mag worden aangenomen dat zij het vertrouwen van de werkgever schenden, ook al hebben zij niet rechtstreeks betrekking op de werkgever. Deze feiten brengen immers niet alleen het gedrag van de werknemer aan het licht, maar eveneens de geest en de wijze waarop de werknemer heeft gereageerd. Het vertrouwen van de werkgever werd volgens het Arbeidshof bovendien nog verder geschaad doordat de werknemer de feiten eerst trachtte te ontkennen.

De argumentatie dat de doodsbedreigingen zouden zijn geuit in een woedeaanval en dat de werknemer nooit eerder een waarschuwing had gekregen, waren volgens het Arbeidshof niet pertinent. Ook met de omstandigheid dat de neergelegde klacht van de privékennis inzake de doodsbedreigingen werd geseponeerd, diende geen rekening te worden gehouden, omdat de werknemer de feiten had erkend.
Een werknemer denkt dus maar beter twee keer na vooraleer gebruik te maken van zijn professionele gsm om persoonlijke vendetta’s te regelen…

Arbeidshof van Brussel (FR), 15 juni 2020, AR nr. 2017/AB/861, onuitg.
Sofie Vitse
Advocaat Claeys & Engels

 

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen