< Terug naar overzicht

Een vergoeding in het kader van een beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen: cumul mogelijk of niet?

Bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht is er door de werkgever geen opzegginsvergoeding verschuldigd. Toch beslissen bepaalde werkgevers om in het kader van een dergelijke beëindiging alsnog een vergoeding, een zogenaamde ‘humanitaire vergoeding’, toe te kennen. Recentelijk werd in de rechtspraak de vraag gesteld of een cumul mogelijk is tussen dergelijke vergoeding en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.

Hoewel het RIZIV, net zoals de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, in het verleden de mening was toegedaan dat een cumul tussen een humanitaire vergoeding in het kader van een beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht en de genoten ziekte- en invaliditeitsuitkeringen mogelijk is, kwam deze instantie op dit standpunt terug in 2019. Het RIZIV oordeelde aldus dat een cumul met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen niet (meer) mogelijk zou zijn, aangezien een humanitaire vergoeding als loon moet worden beschouwd in de zin van de Loonbeschermingswet en het dus geen gift uitmaakt.

Door de wijziging van het standpunt van het RIZIV werden de mutualiteiten geconfronteerd met verschillende betwistingen van terugvorderingsprocedures, waarna een van deze mutualiteiten besliste de discussie aanhangig te maken voor de arbeidsrechtbank (en later het arbeidshof).

In het dossier in kwestie had de werkgever eenzijdig en vrijwillig, bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht, een humanitaire vergoeding van ongeveer 70.000 euro toegekend aan de betrokken werknemer. Daarnaast ontving deze werknemer, vanaf de periode na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, van de mutualiteit arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Door de plotse wijziging van zijn standpunt, stelde het RIZIV dat de werknemer de ontvangen vergoeding niet kon cumuleren met de ontvangen ziekte-uitkeringen, waardoor deze laatste diende over te gaan tot terugbetaling aan de mutualiteit van het bedrag overeenkomstig de ontvangen ziekte-uitkeringen.

RIZIV niet gevolgd

Het arbeidshof te Brussel heeft in zijn arrest van 10 maart 2022 het standpunt van het RIZIV niet gevolgd.

Zo merkte het hof eerst en vooral op dat de werknemer die al geruime tijd arbeidsongeschikt was, niet beschikte over een afdwingbaar recht om enige vergoeding te bekomen naar aanleiding van de vaststelling dat het om medische redenen onmogelijk was geworden de samenwerking met de werkgever verder te zetten. Het is immers de overmacht zelf die de arbeidsovereenkomst beëindigt en die als zodanig wordt ingeroepen door de werkgever en/of werknemer. Er is dus geen ontslaghandeling van één der partijen bij de arbeidsovereenkomst. De Loonbeschermingswet kan in de gegeven omstandigheden niet als basis dienen.

Verder stelde het hof dat de humanitaire vergoeding geen betrekking heeft op een periode van gederfd loon (in tegenstelling tot een beëindigingsvergoeding die het gederfde loon gedurende een bepaalde periode vervangt, reden waarom ziekte-uitkeringen in dat geval niet kunnen worden gecumuleerd met een dergelijke vergoeding). Er was vanaf het einde van de arbeidsovereenkomst ingevolge medische overmacht immers geen verder recht op loon.

Het hof vervolgde dat er op basis van de huidige stand in de wetgeving geen enkele basis is om te stellen dat er een verbod op cumulatie zou zijn tussen een vergoeding betaald bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, indien deze vergoeding kan worden beschouwd als een blijk van erkenning en niet onder het begrip beloning valt. Dit uiteraard op voorwaarde dat er geen sprake is van een bestendig en algemeen gebruik binnen de onderneming om een dergelijke vergoeding toe te kennen, en dat niet blijkt dat de vergoeding gesteund is op vooraf bepaalde mathematische criteria. Van enig vast, bestendig en algemeen gebruik was geen sprake, waardoor in het arrest geconcludeerd werd dat de anti-cumulregel ten onrechte werd toegepast door het RIZIV.

Concreet

Wanneer een werkgever bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht een humanitaire vergoeding wenst toe te kennen, zal deze er moeten op toezien dat dit louter individueel wordt toegekend, en enkel en alleen als gift – niet als tegenprestatie of op basis van een in de onderneming geldend recht – kan worden beschouwd. Is aan deze voorwaarden voldaan en is er alsnog een terugvorderingsbeslissing van de mutualiteit met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, zou dit op basis van de overtuigende argumentatie van het besproken arrest betwist kunnen worden.

Arbh. Brussel 10 maart 2022, AR 2021/AB/48, onuitgegeven

Camille Verplaetse
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen