< Terug naar overzicht

Effectieve dronkenschap niet noodzakelijk voor dringende reden

De directeur van een rust- en verzorgingstehuis dronk tijdens de werkuren geregeld van wijnflessen van de bewoners, nochtans zonder ooit uiterlijke tekenen van dronkenschap te vertonen. Het Arbeidshof van Luik moest zich uitspreken over de vraag of de loutere consumptie van alcohol - zonder bewezen staat van dronkenschap - een ontslag om dringende reden kan rechtvaardigen.

Overeenkomstig de Arbeidsovereenkomstenwet is er sprake van een dringende reden wanneer er een ernstige tekortkoming voorhanden is, die de professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Hoewel de ernst van de tekortkoming altijd concreet moet beoordeeld worden, is de rechtspraak vrijwel steeds van mening dat herhaaldelijke dronkenschap op het werk leidt tot een fundamentele vertrouwensbreuk. Zeker wanneer de dronkenschap gepaard gaat met verzwarende omstandigheden - denk maar aan dronken buschauffeurs, werknemers met een voorbeeldfunctie of gebruik van fysiek geweld - is een ontslag om dringende reden hoe dan ook gerechtvaardigd. De werknemer heeft dan geen recht op enige opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding.

Maar wat als vaststaat dat een werknemer alcohol consumeert op het werk, zonder dat hij zich in effectieve staat van dronkenschap bevindt?

Het Arbeidshof van Luik sprak zich hierover uit in zijn arrest van 20 juni 2019. De heer J was als directeur van een rust- en verzorgingstehuis tewerkgesteld in het kader van een arbeidsovereenkomst. Enkele collega’s merkten op dat de heer J zich tijdens de werkuren geregeld naar de keuken begaf om er van de wijnflessen van bewoners te drinken. De collega’s meldden het drankprobleem aan de werkgever, maar preciseerden daarbij ook dat ze de heer J desondanks nog nooit dronken hadden aangetroffen op het werk. Daarnaast dienden verschillende families klacht in bij de boekhouding van het rust- en verzorgingstehuis. Het aantal gefactureerde wijnflessen kon namelijk onmogelijk overeenstemmen met de consumptie van hun familieleden, die slechts een glas per dag verbruikten bij hun hoofdmaaltijd. Op basis daarvan werd de heer J ontslagen om dringende reden.

Eerst oordeelde de arbeidsrechtbank van Luik (afdeling Hoei) dat de verklaringen van de collega’s onvoldoende bewijs vormden voor de beweerde feiten en het ontslag om dringende reden aldus ongegrond was. De arbeidsrechtbank kende zelfs een vergoeding toe wegens kennelijk onredelijk ontslag in de zin van cao 109.

Het Arbeidshof hervormde dit vonnis door te oordelen dat de dringende reden wel degelijk bewezen was en verwierp bijgevolg eveneens de vordering tot toekenning van een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Bovendien wees het Hof op twee verzwarende omstandigheden: enerzijds had de heer J zich de wijnflessen van de bewoners toegeëigend en anderzijds oefende hij een leidinggevende functie uit. Het arbeidsreglement van het rust- en verzorgingstehuis stelde inderdaad dat leidinggevenden een voorbeeldfunctie moesten vervullen inzake het alcohol- en drugsbeleid.

Dit arrest erkent dus dat de consumptie van alcohol op de werkvloer een ontslag om dringende reden rechtvaardigt, zelfs als die alcoholconsumptie niet eens geleid heeft tot een effectieve staat van dronkenschap. Vreemd genoeg werd het feit dat de werknemer wijnflessen had genuttigd die eigendom waren van de bewoners, louter aanzien als verzwarende omstandigheid en dus niet op zichzelf als dringende reden. Ten slotte volgt uit dit arrest dat hoewel alcoholisme een ziekte is, deze aandoening er geenszins toe kan leiden dat de betrokken werknemer carte blanche krijgt.

Arbeidshof Luik, afdeling Luik 20 juni 2019, AR 2018/AL/162

Lauren Daniels
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen