< Terug naar overzicht

Handelstussenpersonen zijn geen klanten: voor eens en altijd?

Iedereen is het eens over de definitie: een handelsvertegenwoordiger is een werknemer die (op een bestendige wijze) zich verbindt tegen loon cliënteel op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over of het sluiten van zaken onder het gezag, voor rekening en in naam van één of meer opdrachtgevers. Waarover zacht uitgedrukt minder eensgezindheid bestaat, is wat nu juist onder het begrip ‘cliënteel’ moet worden begrepen. Maar wat betekent dat in hemelsnaam voor HR?

Bij gebrek aan een wettelijke omschrijving van het begrip ‘cliënteel’, zijn de rechtspraak en rechtsleer het er nog steeds niet over eens hoe het nu juist moet worden gedefinieerd. Algemeen wordt de omschrijving van het Arbeidshof van Bergen gevolgd die in 1985 cliënteel definieerde als ‘elke natuurlijke of rechtspersoon die door het stellen van een handelsdaad afnemer wordt van een goed of dienst, ongeacht of het gaat om particulieren dan wel om groot- of kleinhandelaars’. Ook nu weer sluit de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel in een vonnis van 15 december 2020 zich hierbij aan.

Een Account Executive Installer van een alarmcentrale die er hoofdzakelijk mee belast was een netwerk van installateurs te overkoepelen, te motiveren en te controleren en de markt van ‘business as usual’ te prospecteren, meende verbonden te zijn geweest door een arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers en vorderde dan ook een uitwinningsvergoeding.
Een van de vragen was of de installateurs die hij bezocht en prospecteerde als cliënteel konden worden beschouwd. De werkgever meende van niet, aangezien het niet de installateurs waren die de afnemers waren van zijn diensten, maar de klanten van de installateurs. Het was immers de taak van de werknemer om installateurs te motiveren om op hun beurt hun eigen klanten te overhalen zich aan te sluiten op de alarmcentrale van de werkgever van de werknemer. De werknemer leek dit niet te ontkennen, maar stelde wel dat er zonder dit netwerk geen sprake zou zijn geweest van nieuwe klanten.

In vroegere rechtspraak werd meermaals geoordeeld dat de prospectie en het bezoeken van handelstussenpersonen de kwalificatie van handelsvertegenwoordiger uitsluit, omdat ze niet als eigenlijke afnemers kunnen worden gezien. Zo was een werknemer die reisagentschappen bezocht die louter als tussenpersonen reisbijstandsverzekeringen verkochten aan hun eigen cliënteel, geen handelsvertegenwoordiger.
Ook in deze zaak oordeelde de arbeidsrechtbank van Brussel dat de installateurs die de werknemer bezocht en opspoorde niet konden worden gekwalificeerd als cliënteel, gezien de uiteindelijke afnemers van de diensten van de werkgever de cliënteel van de installateurs waren. Een handelsvertegenwoordiger moet met andere woorden rechtstreeks contact hebben met de afnemer van diensten. Dat de facturatie in sommige gevallen gebeurde aan de installateurs, was hierbij irrelevant.

Hiermee sloot de arbeidsrechtbank zich aan bij de definitie die reeds door het Arbeidshof van Bergen in 1985 werd gegeven. Handeltussenpersonen kunnen dan ook in geen geval worden beschouwd als een tweede soort cliënteel, hetgeen de rechtszekerheid (als die er al was) zeker ten goede komt.

Arbrb. Brussel (NL) 15 december 2020, AR 19/1155/A
Geraldine Dierinck
Medewerker Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen