< Terug naar overzicht

Het herhaaldelijk laattijdig indienen van een medisch attest geeft aanleiding tot het ontslag om dringende reden van een (beschermde) werknemer

Het laattijdig indienen van een medisch attest is op zichzelf meestal geen dringende reden. De kaarten liggen evenwel anders indien er tekenen van insubordinatie voorhanden zijn en er sprake is van veelvuldige ongerechtvaardigde afwezigheden, veroorzaakt door het laattijdig indienen van een medisch attest. De Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel diende zich in een recente zaak te buigen over deze problematiek naar aanleiding van de dagvaarding door een werkgever van een beschermde werknemer met het oog op de erkenning van een dringende reden tot ontslag. Hierna wordt deze zaak verder toegelicht.

1-

In casu was een niet-verkozen kandidaat werknemersvertegenwoordiger voor de ondernemingsraad in de periode tussen 11 januari 2021 en 3 juni 2021 voortdurend afwezig wegens arbeidsongeschiktheid.

Artikel 31, § 2 van de Arbeidsovereenkomstenwet legt de werknemer ingeval van afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid, twee verplichtingen op, namelijk:

  • een verplichting tot onmiddellijke melding van de arbeidsongeschiktheid, die de werkgever toelaat de werkzaamheden binnen de onderneming te organiseren (‘meldingsplicht’);
  • een verplichting tot afgifte van een medisch attest binnen een bepaalde termijn, als bewijs van de arbeidsongeschiktheid, in de mate dit wordt opgelegd in het arbeidsreglement, een cao of op verzoek van de werkgever (‘rechtvaardigingsplicht’). Behalve in geval van overmacht, bezorgt de werknemer het medisch attest aan de werkgever binnen de twee werkdagen vanaf de dag van de ongeschiktheid of de dag van het verzoek, tenzij een andere termijn bij cao of door het arbeidsreglement werd bepaald.

Wat betreft de rechtvaardigingsplicht, bepaalde het arbeidsreglement van de werkgever uitdrukkelijk dat de werknemer een medisch attest moest indienen binnen de twee werkdagen te rekenen vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid en elke verlenging van de arbeidsongeschiktheid binnen dezelfde termijn bekendgemaakt en gerechtvaardigd moest worden.

Binnen de voormelde periode van voortdurende arbeidsongeschiktheid, namelijk tussen 11 januari 2021 en 3 juni 2021, kwam de beschermde werknemer maar liefst vijf keer tekort aan zijn verplichting om tijdig een medisch attest over te maken. Hij werd hier telkens bij aangetekende brief op gewezen door de werkgever. De eerste vier keren volgde een medisch attest dat de voorgaande periode van afwezigheid dekte. De vierde keer dekte het medisch attest niet enkel de voorgaande periode, maar ook een periode na het overmaken van het medisch attest.

Na het overmaken van dit vierde laattijdige medisch attest, verwittigde de werkgever per aangetekende brief de beschermde werknemer dat ze in de toekomst nooit meer zou accepteren dat de beschermde werknemer zijn afwezigheden niet conform de regels en de vooropgestelde termijnen rechtvaardigde. Toen de gedekte periode van het vierde medisch attest afliep en de beschermde werknemer een vijfde keer in gebreke bleef om tijdig een medisch attest voor te leggen, voegde de werkgever de daad bij het woord en startte zij een procedure op bij de Arbeidsrechtbank tot erkenning van een dringende reden tot ontslag.

2-

De Arbeidsrechtbank was van oordeel dat de beschermde werknemer effectief zich schuldig had gemaakt aan een ernstige tekortkoming, waardoor elke professionele samenwerking tussen partijen onmiddellijk en definitief onmogelijk was geworden. De Arbeidsrechtbank benadrukte hierbij dat de beschermde werknemer herhaaldelijk de regels van het arbeidsreglement over het rechtvaardigen van afwezigheid had geschonden, ondanks meerdere ingebrekestellingen door zijn werkgever. De beschermde werknemer diende te beseffen dat hij de werkgever benadeelde door een dergelijke volgehouden nonchalante houding, aldus de Arbeidsrechtbank. De Arbeidsrechtbank verwees ook naar de 14 laattijdige aankomsten op het werk van de beschermde werknemer in de periode van 26 november 2019 tot 8 december 2021, die eveneens door de werkgever werden opgeworpen bij het aanhangig maken van de procedure.

De Arbeidsrechtbank erkende derhalve de dringende aard van de redenen tot ontslag van de beschermde werknemer.

Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel, 14 juli 2021, AR nr. 21/675/A (+ 21/636/A), onuitg.

Sofie Vitse
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen