< Terug naar overzicht

Hoe een professioneel wielrenner er ook in de arbeidsrechtbank een snok aan kan geven

De betaalde sportbeoefenaar die onder het gezag van een andere persoon een bruto jaarloon ontvangt van minstens 10.612 euro (bedrag van toepassing in 2020) wordt geacht een bediende te zijn op wie - als lex generalis - de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 van toepassing is.

Ook de arbeidsovereenkomst van een betaalde sportbeoefenaar kan bijgevolg, net zoals die van alle andere bedienden en arbeiders, door iedere partij beëindigd worden om dringende reden op grond van artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet.
Hoewel het in de praktijk veelal de werkgever is die een dringende reden inroept, kunnen ook de werknemers zich hier rechtsgeldig op beroepen wanneer iedere verdere samenwerking door toedoen van de werkgever definitief onmogelijk is geworden. Dit was ook het geval in het vonnis waarover de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, zich heeft uitgesproken in een vonnis van 26 november 2019.

Het betreft een zaak tussen een professionele wielrenner en diens werkgever. Uit de verklaringen die door de partijen werden bijgebracht, blijkt dat er reeds geruime tijd strubbelingen waren binnen de wielerploeg.
Na verschillende incidenten was het uiteindelijk de wielrenner die zijn arbeidsovereenkomst om dringende reden beëindigde omwille van verschillende feiten, waarvan er zich evenwel slechts één situeerde binnen de wettelijke ‘driedagentermijn’.
Meer bepaald had de wielrenner kennis gekregen van het feit dat zijn werkgever een andere werknemer had gevraagd een valse verklaring af te leggen die bezwarend was voor de wielrenner. Zo zou de werkgever deze andere werknemer gevraagd hebben om schriftelijk te verklaren dat het gedrag van de wielrenner de reden was waarom hij zijn ontslag had gegeven. In ruil moest deze andere werknemer zijn opzeggingstermijn niet presteren en kon hij onmiddellijk in dienst treden bij zijn nieuwe werkgever.

Deze werknemer weigerde evenwel een valse verklaring af te leggen en informeerde de wielrenner over het onbetamelijk verzoek van zijn werkgever, waarna de wielrenner de arbeidsovereenkomst om dringende reden beëindigde.
In haar beoordeling over de gegrondheid van de door de werknemer ingeroepen dringende reden verwijst de Arbeidsrechtbank naar onder meer de plicht van de contracterende partijen om een overeenkomst te goeder trouw uit te voeren. Dit betekent dat een contractpartij geen misbruik mag maken van de rechten die haar worden toegekend. Dergelijk rechtsmisbruik manifesteert zich wanneer een contractpartij gebruik maakt van zijn recht zonder belang voor zichzelf, maar met louter de bedoeling de ander te schaden.

De arbeidsrechtbank was van oordeel dat de werkgever, door zijn poging een andere werknemer een valse verklaring te laten afleggen door hem hierbij onder druk te zetten en hem een bepaald voordeel te beloven, de vertrouwensband zodanig heeft geschonden dat iedere verdere professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk is geworden. Dergelijk gedrag, zo stelde de arbeidsrechtbank, is in strijd met de verplichting van de werkgever om te goeder trouw te handelen.
Het door de werknemer ingeroepen ontslag om dringende reden werd aanvaard, ondanks het feit dat slechts één van de redenen die waren opgenomen in de ontslagmotivatiebrief zich binnen de driedagentermijn situeerde.
Er werd beroep aangetekend tegen dit vonnis.

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, 26 november 2019, A.R. 18/500/A
Anne Wils
Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen